maandag 13 mei 2013

Terugblik op discussieavond “Interventies bij internationale conflicten"


Terugblik op de discussieavond “Interventies bij internationale conflicten, geweldloos of militair?”
“Niets doen is geen optie”.
Café Mondiaal, 2 mei 2013 in café Pelt, Pancratiusplein te Heerlen.


Het onderstaande stukje is een terugblik mijnerzijds en geen verslag. Er is ontzettend veel gezegd in het dik 2 uur durende gesprek en het is ondoenlijk om het samen te vatten. Er waren acht deelnemers, allen mensen met veel kennis en ervaring. Het gesprek was dan ook kwalitatief hoogstaand. Eigenlijk beantwoordde het in alles aan de uitgangspunten en de bedoelingen van een geslaagde Café Mondiaal: op de eerste plaats een bijeenkomst van liefhebbers van een goed thematisch gesprek over een onderwerp waar men belangstelling voor heeft.

Het gesprek was voorbereid met het opstellen van een aantal mogelijkheden van interventies en enkele centrale vragen. Deze lijst, die niet de bedoeling had om uitputtend te zijn, is nog op een aantal plekken aangevuld. Aardig was dat bleek dat over de niet-gewelddadige interventies en zijn succes- en faalfactoren Richard B. Gregg het boek Power of Non-violence heeft geschreven. Voor degene die zich er verder in wil verdiepen.

Wanneer is ‘ingrijpen’ gerechtvaardigd? Voor de deelnemers staat voorop als de mensenrechten niet of onvoldoende worden gerespecteerd of dat de bestaanszekerheid in het geding is. Solidariteit is het sleutelwoord.
Wat een interventie succesvol maakt is niet bij voorbaat duidelijk. Waarom stapte de president van Tunesië, Zine El Abidine Ben Ali op na vreedzame protesten en Bashar al-Assad van Syrië nog niet als zijn halve land in puin ligt. Welke interventies bouwen de juiste druk op waarvoor men blijkbaar gevoelig en ontvankelijk is? En wat maakt geen indruk of waar trekt men zich niets van aan? In het laatste geval heeft zo’n actie natuurlijk weinig zin en als men dat van te voren ziet aankomen, dan kan men zich de moeite sparen of beter iets anders doen?

De interventies zijn er veel van aard. Wat een interventie tot een positieve of negatieve maakt, is vooral afhankelijk van het doel van de interveniërende partij en wie men wil steunen. Vergelijk de internationale strijders tegen het fascisme in de Spaanse burgeroorlog met de islamitische jongens die vanuit Nederland en België in Syrië gaan vechten. We kiezen dus zelf onze partners, die aansluiten bij onze ideologische doelstellingen.
Een ander punt is het wezenlijke belang van goede informatie. Deze informatie moet betrouwbaar zijn en zo mogelijk zelfs onafhankelijk. Dat is niet altijd het geval. Er wordt zelfs zeer veel en ook vaak geniepig gemanipuleerd met informatie. Bij groepen die je vertrouwt is het dan ook noodzakelijk dat ze goed met je kunnen communiceren. Daarbij is indrukwekkende informatie ook nodig om krachten te bundelen en te mobiliseren.

Vrij opvallend was dat, in tegenstelling tot wat men wellicht zou verwachten, de nadruk werd gelegd op niet-militaire interventies. De grens tussen wel of niet gewelddadig ingrijpen werd niet goed omschreven. Zelfs in een geval van Syrië durfden de gesprekspartners niet te beweren dat hier militair ingrijpen noodzakelijk of de enige potentieel succesvolle ingreep is. Daarvoor zijn er niet alleen te veel voorbeelden van falend militair ingrijpen. Maar voor de meesten geldt het uitgangspunt dat conflicten niet met geweld en ten koste van vele onschuldige burgerslachtoffers mogen worden opgelost.
Ook werd aangehaald dat er na de huidige burgeroorlog en na het hopelijk spoedig afzetten van het bewind van Bashar al-Assad niet het risico mag worden gelopen dat de strijdende oppositiepartijen de strijd onderling vervolgen omdat ze van mening verschillen over de toekomst van hun land én omdat ze alleen de taal van de wapens kennen. Van belang is dat in Syrië groepen mensen zich kunnen voorbereiden op een zo democratisch mogelijke machtsvorming, zodat ook een vreedzame maatschappij kan ontstaan. Die groepen mensen verdienen onze steun.

Vanzelfsprekend zijn er ook verbanden gelegd tussen ‘onze bemoeienis’ en andere ontwikkelingen dan conflicten. En er worden ook vanuit het Vredesplatform en HeerlenMondiaal veel vormen van interventies gebruikt. Zo worden brieven naar ministers geschreven en handtekeningacties gehouden. Maar ook het werken aan bewustwording is van groot belang. Informatie doet handelen? Door het mobiliseren van mensen wordt het handelen indrukwekkender. Zie de handtekeningenacties van onder andere Avaaz via internet. (Bijvoorbeeld en naast veel andere acties waren er 2,6 miljoen ondertekenaars van een petitie tegen pesticiden die bijen bedreigen, wat onlangs mee heeft geleid tot besluitvorming van de Europese Unie om het gebruik van deze pesticiden te stoppen).

Zo kan ook het voorbeeld van de ramp als gevolg van het instorten van het gebouw Rana Plaza in Savar, een voorstad van Dhaka, Bangladesh dienen, met een directe relatie met het kledingconcern Primark (zie elders op de website en in deze Inkijk). Een dag eerder was het de Dag van de Arbeid. Daarin wordt vaak teruggekeken naar de strijd om de verwerving van de rechten van de arbeiders. De Dag van de Arbeid had zijn oorsprong in de 19de eeuw, maar het is nu nog hartstikke actueel in bijvoorbeeld de kledingindustrie van Bangladesh. Mensen worden geholpen om voor het kledingrek een bewuste keuze te maken met het foldertje ‘Duurzame kleding (en voeding?)’ van leerlingen van het Bernardinuscollege en de Werkgroep Heerlen Millenniumgemeente. Bewustwording.
Maar het bereik is niet groot genoeg? De meeste mensen zijn zich onbewust van de wantoestanden bij de kledingproductie in ontwikkelingslanden. Van het gifgebruik voor de productie van katoen tot en met de slechte arbeidsomstandigheden voor de textielarbeidsters en de armoedige lonen. Onbewust. Met de herdenking van 4-5 mei in mijn achterhoofd komt ook het zinnetje “Wir haben es nicht gewußt” in me op. Men weet het niet en men wil het ook niet weten? We vinden dat we genoeg andere zorgen aan ons hoofd hebben. En wat niet weet, dat niet deert, of hoeft ook niet te leiden tot handelen. Maar ik denk ook aan Martin Luther King: “Voor het slagen van het kwade is niets anders nodig dan dat goede mensen niets doen.” Dus voor menigeen geldt gelukkig: “Niets doen is geen optie”.


Café Mondiaal, 2 mei 2013 over ‘interventies’:
Niets doen is géén optie! (Maar wat dan wel?)

Niet-uitputtende lijst van mogelijke interventies met tussen haakjes voorbeelden:

Overheden (landen, EU, OVSE, NAVO, VN, Veiligheidsraad):
1. Stille diplomatie.
2. Diplomatie inclusief publiciteit.
3. Sociale controle (eisen voor goede betrekkingen – Turkije / Koerden).
4. Culturele boycot (incl. sport).
5. Handelsboycot (leveren of importeren van bepaalde producten – Iran, Noord Korea).
6. Humanitaire hulp aan burgers (voedsel, medische hulp – Darfoer, Soedan).
7. Vluchtelingen en ontheemden ter plaatse en in buurlanden helpen (Rode Kruis - VN).
8. Positieve houding asielaanvragen.
9. Organisatorische hulp aan oppositie (bv. communicatieapparatuur).
10. Gerichte hulp en samenlevingsopbouw (politiemissie Kunduz?).
11. Manipulatie van informatiestromen.
12. Internetaanvallen (sinds kort zeer actueel).
13. Wapenboycot of –embargo.
14. Wapens leveren aan oppositie (Libië).
15. Vredesmissie (combinatie militaire en humanitaire hulp).
16. Internationale vredesmacht (VN, NAVO, Unie van Afrikaanse landen, individuele landen).
17. Luchtruimbescherming / no fly-zone / Patriots.
18. Acties geheime dienst (Zuid-Amerika, Afrika).
19. Misdragende leiders uitschakelen.
20. Dreigen met militaire interventie.
21. Inzetten van huurlingen.
22. Beperkte militaire interventie (Mali, Libië, drones).
23. Grootschalige militaire interventie (Golfoorlog, Irak, Afghanistan).

Burgers:
1. Handtekeningenactie en schrijfacties (Amnesty)
2. Sociale media (Twitter, Facebook, Avaaz, One)
3. Consumentenactie (Shell, Outspan, tropisch hardhout, afzien van bezoeken)
4. Informatie- en discussiebijeenkomsten
5. Publieke opinie hier beïnvloeden en hiervoor publiciteit genereren / politieke propaganda.
6. Aandacht vragen bij de eigen regering / vragen om actie te ondernemen.
7. Manifestatie en protestmars (Vietnam)
8. Contacten onderhouden en geld geven aan organisaties / inzamelingsacties
9. Ondersteunen burgerlijke acties en vreedzaam verzet. (IKV Pax Christi)
10. Menselijk schild en Vredesbrigades (Peace-brigades Palestina)
11. Deelnemen aan gewapende strijd (Spaanse burgeroorlog, Syrië)


Centrale Vragen voor de discussie:
1. Wanneer is welke interventie succesvol? Maar wat waren faliekante mislukkingen of werden geen resultaten bereikt?
2. Wanneer kan een bepaalde interventie beter niet plaatsvinden?
3. Is er sprake van een ‘interventieladder’ bij toenemende escalatie?
4. Hoever reiken de mogelijkheden van succesvolle geweldloze interventies?
5. Wat te doen bij meningsverschillen over bepaalde interventies (bv. Rusland en China in de Veiligheidsraad)?
6. Hoe verstrekt tegenwoordig het mandaat van de NAVO? Frankrijk in Mali. Groot Brittannië in Syrië?
7. Wat te doen bij misdragende vrienden? Turkije, Hongarije, Rusland?





Geen opmerkingen: