donderdag 28 juli 2011

Weeshuis Anyakwata Ghana afgebrand.

Weeshuis afgebrand maar alle kinderen zijn veilig: help en stort op 4425042.

Op 30 juni 2011 kregen we het bericht van Tineke en Gerrit Koenders dat die nacht het weeshuis "Save our Lives" in Anyakwanta is afgebrand. Tineke werkt in dit weeshuis sinds ze in november vorig jaar naar Ghana zijn gegaan. Daarvoor was Tineke onder andere actief in het Dekenaal Missionair Beraad, Missie Ontwikkeling en Vrede in Landgraaf en HeerlenMondiaal.

Zij hebben de brand van dichtbij meegemaakt: “Ons hart stond stil toen we op weg naar het weeshuis al van verre de brand zagen. Het gebouw waar de 12 peuters en 6 baby's, directrice en verzorgsters sliepen, stond in lichterlaaie. Kinderen, verzorgers, directrice en 'moeders' waren allemaal gered.
Alle spullen zijn verbrand, bedden, medicijnen, verzorgingsartikelen, kleertjes, baby flessen, cash geld (waaronder maandsalarissen) dossiers, ALLES. Ook de persoonlijke spullen van de verzorgsters en directrice. Het hele hoofdgebouw is afgebrand. Alle kinderen zijn op tijd in veiligheid gebracht!!”

“Momenteel zitten de baby's en peuters (18) in ons huis in Denyase waar wij ze opvangen. Dus nu hebben we tijdelijk het weeshuis Koenders in Denyase. Verzorging en medicatie worden ingeslagen.
Drie baby's zijn ziek, waaronder de veel voorkomende ziekte malaria. We zijn onder de indruk van de kracht van de oudere kinderen, die sterk blijven in deze moeilijke tijd. We danken God dat iedereen er levend van af is gekomen.”

“We hebben a.u.b. uiteraard dringend geld nodig in deze overbruggingsfase: opvang en voeding, nieuwe kleding en spullen voor de baby's, kinderen en verzorgsters. Alles is verbrand en vragen heel direct jullie hulp. Stort op ING rekening nummer 4425042, ten name van Stichting kansvooropendoel te Utrecht.
Zie ook onze website: www.kansvooropendoel.nl/dagboek

Bij voorbaat dank,
Tineke en Gerrit.

Wellicht mede naar aanleiding van dit stukje in mijn Vanaf de Zijlijn publiceerde Marcel de Veen in het dagelijkse stukje MijnStreek van de regionale kranten hier ook een stukje over. Klik hier voor de link http://krantdigitaal.ddl.x-cago.net/DDL/20110819/public/pages/01002HE/articles/DDL-20110819-01002HE001.html.

woensdag 27 juli 2011

Stichting VLot geeft informatieve nieuwsbrief uit.

De Stichting VLot zet zich in voor vluchtelingen in Zuid-Limburg. Ze begeleiden mensen met hun procedures, helpen mensen met hun terugkeer maar ook voeren ze acties voor mensen die onterecht dreigen op straat of het land te worden uitgezet. Ondanks het generaal pardon van enkele jaren geleden zijn er nogal wat schrijnende gevallen.
De Stichting VLot geeft sinds kort een nieuwsbrief uit. Zeer informatief en van harte aanbevolen voor iedereen die begaan is met het lot van vluchtelingen in Nederland / Zuid-Limburg en het hiervoor broodnodige vluchtelingenwerk.
Zie voor de tweede nieuwsbrief: http://us2.campaign-archive1.com/?u=c073d771163980076e082afc3&id=96200d78c4&e=2ec133d4fb

maandag 25 juli 2011

Koeien blijven op het rechte pad?

Toch wel een aardige foto van die koe op die koeienoversteekplaats. En koeien hebben voorrang. Er staan duidelijke verkeersborden voor het verkeer dat de koeienoversteekplaats nadert.
Het zal best vaak goed gaan als een koe terug naar de stal gaat om te worden gemolken. Maar naar de wei? Dan kunnen koeien ook afslaan naar die heerlijke ongemaaide berm met z’n sappige gras-kruidenvegetatie? Of ook voor koeien begrijpelijke verkeersborden bestaan om deze dames op het juiste pad te houden? Wellicht dat de boer wat koebellen uit Zwitserland kan laten komen?

Motivatie bomaanslag en moordpartij ligt deels bij boodschap Wilders.

Anders Brehring Breivik pleegt op vrijdag 22 juli 2011 een bomaanslag op het regeringskwartier in Oslo met 8 doden tot gevolg. En hij doodt daarna 68 jongeren die deelnamen aan een zomerkamp op het eiland Utøya. Afschuwelijk daden, gepleegd door iemand die in zijn extremisme geen grenzen kende. Hoewel niemand zo’n daden voor mogelijk houdt, zijn er blijkbaar wel van deze maniakale mensen. En hoewel Breiviks daden weer uitzonderlijk zijn binnen deze categorie uitzonderingen, heeft hij ze wel met voorbedachten rade uitgevoerd.

Volgens de berichten hield Breivik de sociaaldemocratische partij van Noorwegen verantwoordelijk voor de islamisering van de samenleving en de immigratiepolitiek die in zijn ogen niet streng genoeg was. Breivik heeft zijn mening deels gevormd door de uitlatingen van Geert Wilders. Wilders voert een woordelijke kruistocht tegen de islam en de islamisering van onze samenleving. Als Geert Wilders reageert dat hij afstand neemt van “alles waar die man voor staat en heeft gedaan”, dan geldt dat ongetwijfeld voor zijn daden. Echter, Wilders en Breivik bekritiseren op vergelijkbare wijze de multiculturele samenleving.

Hoewel Wilders keer op keer aangeeft tegen geweld te zijn, roept dergelijke kritiek op de islam wel extreme reacties op. Denk daarbij ook aan de protesten in islamitische landen tegen de cartoons van onder andere Kurt Westergaard in de Deense krant Jyllands Posten in 2005 en de film Fitna, met brandstichtingen, geweld en doden tot gevolg. Maar ook dat Wilders bedreigd wordt waardoor hij al jarenlang politiebewaking krijgt. Deze consequenties aanvaardt Wilders. Voor een deel sterken deze reacties zelfs zijn mening over de islam. Maar moet je dergelijke reacties wel accepteren, mede in het besef dat je ze wel uitlokt? Breivik heeft die grenzen wel ruimschoots overtreden.

Had Geert Wilders de reikwijdte van zijn uitlatingen zelf beter moeten inschatten? Dat is achteraf praten. Dat iemand zijn denkbeelden zou gebruiken als reden voor dit excessieve geweld, kan Wilders niet hebben vermoed. Maar Wilders heeft wel vaak het verwijt gekregen van haat zaaien. (Zijn vertrouwelinge Laurence Stassen noemde in mei jl. een moskee een haatpaleis.)
Ondanks dat de vrijheid van meningsuiting belangrijker wordt geacht voor een veroordeling, moet deze afschuwelijke gebeurtenis Wilders toch aan het denken zetten? Wellicht dat hij vanuit zijn voorbeeldfunctie in de toekomst meer genuanceerde uitspraken doet met meer respect voor zijn opponenten?

Megastallen voor varkens? Liever niet.

Een maandje of wat geleden heeft staatssecretaris Henk Bleker opgeroepen tot een nationaal debat over megastallen. De media hebben er over bericht, maar voordat ik eraan toe kwam om deel te nemen aan dit ‘debat’, was de inzendtijd al verstreken. Nu heb ik ook niet zoveel toe te voegen. Maar vier zaken wil ik wel kwijt, ook al hebben die niet specifiek betrekking op megastallen, maar meer op de nu al te grote productie.

De plannen van onze provincie en deze landbouwsector zijn vooral gericht op schaalvergroting en groei. Meer varkens en kippen. Ze hebben het over 30 % meer de komende jaren. En ze zitten nu al hoofdzakelijk op een kluitje, met alle risico’s van overproductie (de ‘varkenscyclus’) en dierziekten. Daarbij zorgt de (preventieve) bestrijding door overmatig gebruik van geneesmiddelen al te vaak voor immune bacteriën die ook de gezondheid van mensen bedreigen.

‘We’ willen allemaal graag goedkoop vlees op tafel, maar al die beesten moeten ook eten. De productie van vlees kost een veelvoud aan voedingswaarde van plantaardig voedsel. En veel van het veevoer wordt uit ontwikkelingslanden geïmporteerd. Daar is daarvoor goede landbouwgrond in gebruik en wordt tropisch regenwoud ‘ontgonnen’. We weten allemaal dat er op de wereld veel honger wordt geleden. De toename van vleesproductie zal de honger in de wereld doen toenemen. Dus verminderen zou het devies moeten zijn.

De megastallen zouden niet ten koste gaan van het dierenwelzijn. De Nederlandse varkens en kippen hebben het toch al veel beter dan de meeste soortgenoten op de wereld. Maar kippen die te kort op elkaar leven, gaan elkaar pikken. Het verbod op het knippen van hun snavels is daarom onlangs weer met 10 jaar uitgesteld. En varkens zijn intelligente beesten. Ze weten misschien niet wat ze missen, maar of een speelbal nu zo’n grote verbetering is? Vergelijk het eens met die blije koeien die echt dansen en springen als ze in de lente weer voor de eerste keer in de wei mogen. Echt dierenwelzijn voor varkens zit er niet in als ze niet ook eens mogen wroeten en luieren in de modder.

Regelmatig worden er grote branden gemeld in varkens- en pluimveestallen. Er scharrelen dan rond de boerderij wel wat kippen en varken rond, maar de meeste, en dat zijn er vaak tienduizenden, overleven zo’n brand niet. Ik moet er niet aan denken wat zich bij brand voor schrijnende taferelen in zo’n stal afspelen. De voorschriften voor het voorkomen van brand worden om bedrijfseconomische redenen minimaal gehouden. En bij méér verdiepingen is het nog moeilijker voor het vee om de nooduitgang te vinden.

Volgens mij is verdere schaalvergroting alleen goed te praten vanwege eng economische redenen (winstmaximalisatie). Maar zijn er teveel (maatschappelijke) argumenten tegen de megastallen.

zondag 10 juli 2011

B&W van Heerlen vinden dat roken van wiet niet mag op straat

Ook in Heerlen mag blowen van wiet op straat.

De vergadering van de gemeenteraad van Heerlen haalde op 7 juli weer eens de krant. Nu bepaalt de krant wel mee wat belangwekkend nieuws vanuit de raad is, maar hier is toch echt sprake van een belangrijke discussie? Mogen op straat softdrugs worden gerookt? Het College van Burgemeester en Wethouders (meerderheid van SP en PvdA + PvdA burgemeester) vinden van niet. Zij stellen voor om de Algemene Plaatselijke Verordening te wijzigen. Zij willen het blowen aanpakken omdat dit vooral een probleem is nabij het NS-station en scholen.
Nu vinden veel mensen dat wiet stinkt, maar is dat een doorslaggevend criterium? Nu is in het station roken verboden, maar ik heb nog geen gemeentebestuur of -raad gehoord die zich druk maakt over het roken over het algemeen in de openbare ruimte. Dat stinkt ook. En die rook is nog ongezonder. Vooral sigaren stinken. Je ruikt het zelfs aan mensen die sigaren roken. Ik zag laatst zelfs nog iemand met een pijp lopen, maar zijn gesausde tabak rook ik niet want hij liep aan de overkant van de straat. Misschien had hij zijn pijp wel uit. Wanneer is iets een probleem? Waarom het roken van hasj wel verbieden in de openbare ruimte en roken over het algemeen niet?

Opvallend is dat de overheid vaak zoekend is naar het juiste instrument om iets te regelen en daarbij nogal eens doorschiet. Als de gezondheid van de burgers de zorg van de overheid is, dan moet deze zich meer richten op regels en gedragsbeïnvloeding (waaronder accijnzen) die roken ontmoedigen, ook buiten de openbare ruimte. Regelgeving alleen geldend voor de straat is symptoombestrijding.
Op straat moeten regels strikter toegesneden zijn op het probleem van overlast. Daarvoor kan men het zoeken bij bijvoorbeeld landloperij en openbare dronkenschap. Nu dreigt ook niet-aanstootgevend gedrag strafbaar te worden gesteld. Dat treft niet alleen onnodig veel meer mensen, het is ook voor de handhaver moeilijk om zonder extra regels onderscheid te maken tussen burgers die geen overlast veroorzaken en die dat blijkbaar om andere redenen wel doen.

De discussie in de raad werd verbreed tot het op straat drinken van alcohol (blikjes bier). Dat stinkt niet. Bier drinken in de openbare ruimte is nu volgens de APV verboden (wel toegestaan op een terrasje van een horecaondernemer). De SP lijkt dat biertje wel tolerabel te vinden. De Socialistische Partij komt daarmee op voor de vrijheid van de burgers. Mooie zaak. Een beetje meer liberalisme als contragewicht voor die rechtse partijen die de vrijheid willen inperken. Het is toch best overzichtelijk en voorspelbaar in de politiek.

Naschrift:
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft onlangs het blowverbod in de APV van Amsterdam vernietigd. Zo zijn er, bleek uit het bericht in De Pers van 13 juli, 80 gemeenten gecorrigeerd. Verstoring van de openbare orde als gevolg van drugs moet worden geregeld via de Opiumwet en die heeft een heel gedoogbeleid voor softdrugs. Het vermeend veroorzaken van overlast, zoals bijvoorbeeld het op je gemak blowen op een bank in het park, is geen verstoring van de openbare orde. En geen bevoegdheid van de gemeente via de APV, oordeelde de RvSt.
En Heerlen? Heerlen handhaaft het verbod, maar er zal door de politie en toezichthouders niet worden opgetreden. Een doelbewuste gedoogsituatie in plaats van het handhaven van de oude APV op dit punt. Geen ‘goed geprobeerd, maar jammer dan’, maar stug en hypocriet je eigen ongelijk volhouden.

Oorspronkelijk bericht: Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad van 7-7-11, nieuw bericht op 14-7.

Tolerantie neemt af

De tolerantie ten opzichte van kinderen neemt af

Uit een onderzoek blijkt dat de tolerantie ten opzichte van de omgeving afneemt. Niet zo’n verbazingwekkend nieuws. Dat wisten we toch al. En hoe dramatisch is het? Valt het onder de zomerberichten die ieder jaar terugkomen: spelende kinderen, samenkomende jongeren, scheurende brommers en ander lawaai? Waar ligt de grens: bij iedereen verschillend blijkbaar. Je zult maar bij een trapveldje wonen. Maar het geluid van spelende kinderen is geen overlast. Kinderen moeten de ruimte krijgen om te spelen en elkaar te ontmoeten. Dat hoeft wat mij betreft niet alleen in een speeltuin te zijn.
Waar liggen dan de maatschappelijk te stellen grenzen? Bij het overtreden van de wet natuurlijk. Maar hoe zit dat met de gemeentelijke wetten ofwel de plaatselijke verordening? Die stelt de gemeenteraad vast. En daarmee ook gedragsnormen van kinderen in de openbare ruimte. En hier botsen het normbesef van ouderen en kinderen.

Ik ga eens terug naar mijn jeugd, zoals ik me die herinner: we kwamen bij elkaar bij een muurtje op de hoek van de straat. Een tuinafscheiding van een huis waarin een alleenstaande vrouw woonde. Ik denk dat ze oud was, maar dat ben je al gauw in de ogen van een tiener. De kinderen van onze straat schoolden er samen. Die mevrouw lied ons begaan. Ik denk niet omdat ze bang voor ons was. Althans dat hoefde ze niet te zijn. We trapten er een balletje met op de muur van het rangeerterrein van de mijn Emma de goal getekend. En in de herfst ‘flepten’ we kastanjes met een ‘kuul’. Als er verkeer kwam, dan stopten we natuurlijk. Soms bleef dat stuk hout in de boom hangen , totdat het eruit werd gegooid of vanzelf waaide. Ik denk niet dat er sprake was van overlast. We werden tenminste getolereerd.
Ook wist je toen wie in de straat minder vriendelijk voor kinderen was. Waar je moest zorgen dat de bal niet in de tuin kwam. Maar ik weet niet meer of we daar dan ook wegbleven, of toch lekker spannend een balletje trapten.
Mijn vriendjes en ik behoorden tot de gelukkigen die ook een ruig speelterrein hadden bij garageboxen en in tuinen achter winkels die helemaal niet werden beheerd. Boomhutten maken, vuurtje stoken en piepers bakken. Het kon daar allemaal en het mocht van de omgeving. Maar ons gedrag liep dan ook niet de spuigaten uit.

Het onderzoek toont aan dat de tolerantie afneemt. Blijkbaar meetbaar, ook ten opzichte van wat jaren geleden. Het is een teken aan de wand. Onze samenleving verruwd. Geleidelijk, vanaf de individualisering van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Met de toenemende materiële welvaart en de gedachte dat je een ander niet meer nodig hebt om het zelf goed te hebben. Het is ook vaak een zichzelf versterkend effect. En van plaats tot plaats verschillend. Waren het eerst eilandjes van intolerantie in de straat en krijgt het tegenwoordig meer de overhand? Het heeft alles te maken hoe we tegenover elkaar staan. Wat onze omgangsvormen zijn. En die veranderen niet zo snel. Ook niet terug de goeie kant op.

Berichten in de kranten Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger van 9 juli 2011.