dinsdag 18 augustus 2015

Veehouderij: voor wat, hoort wat

Boeren wentelen eigen onmacht af op de samenleving.



Varkenscyclus geldt ook voor melkveehouderij.

De agrarische sector wordt steeds gevoeliger voor de tendensen op de wereldmarkt. Daarbij is opstelling van de sector vaak behoorlijk tegenstrijdig. Als het goed gaat, dan profiteren boeren hier stilzwijgend volop van. Maar gaat het minder, dan is de roep om hulp luid. De recente protesten in Frankrijk, maar ook in ons land vanwege de gedaalde melkprijs, zijn hier voorbeelden van. Ook in de melkveehouderij is de ‘varkenscyclus’ aan de orde.
Voor wie de ‘varkenscyclus’ niet kent: als de prijs goed is, dan wordt extra geïnvesteerd om meer varkensvlees te produceren (bijvoorbeeld in megastallen). Maar die extra productie zorgt voor overaanbod en dus dalen de prijzen.  Dan blijkt dat nogal wat bedrijven te grote risico’s hebben genomen en in moeilijkheden komen.

Voor de melkveehouderij is enkele jaren geleden besloten dat het melkquotum (de totaal per land per jaar maximaal toegestaan te produceren hoeveelheid melk) per 1 april 2015 werd afgeschaft. De noodzaak voor het in 1984 instellen van dit melkquotum was gelegen in overproductie (boterberg, melkplas) en de bijbehorende, steeds meer geld kostende bedrijfssteun door de toentertijd Europese Gemeenschap.
In 2014 was de melkprijs na enkele slechte jaren weer goed. De vraag steeg, naar het leek structureel. Denk bijvoorbeeld aan babymelkpoeder richting China. Dus gingen veehouders meer produceren. Meer koeien, nieuwe, grotere stallen, melkrobots met als neveneffect minder koeien in de wei. De boete voor meer produceren dan het melkquotum, de ‘superheffing’, werd grif betaald. Men keek verlangend uit naar de vrije markt. Iedere overheidsbeperking, zoals het niet verlenen van bouwvergunningen, werd met boegeroep beantwoord.
Enkele maanden verder overstijgt het aanbod de vraag en zijn de prijzen gedaald. Men roept weer om overheidssteun. De belangrijkste oplossing is echter minder produceren. Maar dat brengt nogal wat bedrijven fors in de problemen en dan zegt de individuele ondernemer: “Wie, ik?” Afspraken maken met tussenhandel en supermarkten over hogere prijzen dan de wereldmarkt, gaat moeizaam. De sector zou zich daarvoor nog beter moeten organiseren.

De eigen onmacht van de sector dan maar via protesten afwentelen op de maatschappij? Het is beter om in ieder geval die consumenten te vriend te houden die het zich kunnen permitteren meer te betalen. Dan moet er wel iets extra’s tegenover staan, zoals streekproducten,  diervriendelijk  produceren (koeien in de wei), biologische landbouw, aantoonbaar duurzame milieuvriendelijke landbouw. Dat  vraagt meer dan een façade of goede marketing. Want daar prikken organisaties als Wakker Dier wel doorheen.

Boeren hebben het niet makkelijk. Ze moeten vanwege mechanisatie hoge investeringen doen en rendementen wisselen sterk. Het zijn allemaal ondernemers die het vrije ondernemerschap koesteren. Ze hebben echter niet altijd voldoende oog voor zwaarwegende maatschappelijke belangen, zoals volksgezondheid (luchtvervuiling, fijnstof, schoon drinkwater, gebruik medicijnen) en een duurzame leefomgeving (verdroging, vermesting, gewasbeschermingsmiddelen). Zo zorgen de recente uitbreidingen van de veestapel dat er via de mest teveel fosfaat en nitraat worden geproduceerd. Het mag niet verwonderlijk zijn dat het Rijk vanwege EU-regelgeving hier een maximum aan stelt. Een complicerende factor is dat de overheid ze als groep aanspreekt, maar het zijn allemaal zelfstandige ondernemers: “Wie, ik?”.

Het is goed dat de Europese Unie, naast financiële steun aan bedrijven, ook regulerend optreedt om zo belangrijke maatschappelijke doelen te behartigen. Europa kan dit beter afdwingen dan een nationale overheid, enerzijds om productiefactoren in Europa min of meer gelijk te houden, maar anderzijds omdat nationale overheden vanwege politieke motieven vaak te toegeeflijk zijn.

ps.: het bovenstaande is op 18 augustus 2015 grotendeels gepubliceerd als opinie-artikel in de regionale kranten Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad.




Geen opmerkingen: