Posts tonen met het label waterschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waterschap. Alle posts tonen

27 juni 2021

25-6: demonstratie ABP, het duurt te lang - bijdrage Harrie Winteraeken

 

Demonstratie ABP, het duurt te lang.

25 juni 2021, kantoor APG Oude Lindestraat, Heerlen

Bijdrage Harrie Winteraeken, Waterschappers voor een klimaatneutraal ABP


 Deze tekst is uitgesproken tijdens de demonstratie en vervolgens afgegeven in een envelop geadresseerd aan het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van het ABP.

Er waren zo'n 40 mensen aanwezig.

Even voorstellen: Harrie Winteraeken, Heerlenaar, een aantal van jullie kent me misschien van HeerlenMondiaal, GroenLinks of de Fietsersbond maar ik ben ook dik 34 jaar werkzaam bij Waterschap Limburg en zijn voorganger Waterschap Roer en Overmaas. Ik sta hier als Waterschapper voor een klimaatneutraal ABP.

Ik start met de klimatologische weersverwachting: het wordt warmer, het gaat ’s-winters vaker en langduriger regenen. ’s-Zomers zullen er langere drogere periodes zijn, afgewisseld met in stevigheid toenemende onweersbuien.

Deze klimatologische weersverwachting geldt niet alleen voor de lange termijn. Het is die van de tegenwoordige tijd. Kijk maar naar de zware buien het afgelopen weekeinde in Leersum op de Utrechtse Heuvelrug en talrijke andere plaatsen waar wateroverlast is opgetreden. Het wordt eigenlijk ieder jaar erger, zowel de zware buien als de droogte. ’s-Zomers komen hittegolven steeds vaker voor.

Het ABP is gewend om zo’n 50 jaar vooruit te kijken. Waterschappers maken zich zorgen om hun pensioen. Beleggen in fossiele energie is ook uit oogpunt van te verwachten aandelenkoersen en het beleggingsresultaat een eindige zaak. Daarom moet dat afgebouwd worden voordat iedereen dat doet. Daarentegen zijn duurzame beleggingen maatschappelijk verantwoord en over het algemeen ook met een goed rendement.

Waterschappen zijn helemaal gericht op de lange termijn. We zijn de overheid die het verste vooruit moet kijken. Als we het hebben over dijken die steden beschermen, dan praten we over beschermingsniveaus tegen afvoeren die eens in de paar duizend jaar kunnen voorkomen. De zeedijken beschermen tegen een hoog water met een kans of herhalingstijd van één keer in de tienduizend jaar. Het huidige, pas verbeterde systeem van waterkeringen is binnen de kortste keren verouderd. Normen kunnen de prullenbak in. De zeespiegel stijgt, in Holland daalt de bodem. De afvoeren van Rijn en Maas worden hoger, vooral ’s-winters. Beschermen tegen overstromingen gaat Nederland miljarden euro’s kosten. En als we niets doen vallen er duizenden doden en worden uiteindelijk de Lage Landen onleefbaar!

Als de opwarming van de aarde niet wordt gestopt, zal de stijging van de zeespiegel steeds meer versnellen. Moeten we ons er druk over maken dat zonder ijs op Groenland of Antarctica de zeespiegel 70 meter stijgt: dat is tot in het dal van de Geleenbeek en de Caumerbeek. Het kantoor van het ABP ligt dan aan de kust!

Terug naar vandaag. ’s-Zomers vallen er steeds vaker steeds zwaarder buien. Er treedt in bebouwde gebieden steeds vaker wateroverlast op. Straten en huizen staan blank. En in deze contreien gaat dat water stromen en er treden miljoenschades op.

Ook in het landelijk gebied zullen de zwaardere onweersbuien water- en modderoverlast veroorzaken, als we ons er niet met dure regenwaterbuffers of bronmaatregelen tegen beschermen.  Maar ook de periodes van droogte, die de afgelopen jaren al uitzonderlijk heftig waren, zullen in de nabije toekomst alleen maar toenemen. Dit met grote gevolgen voor de landbouw met een steeds groot risico’s op slechte oogsten. Maar de verdroging is wellicht nog desastreuzer voor onze kwetsbare natuur en de afname van biodiversiteit. En steeds vaker treden hittegolven op, met in de bebouwde gebieden grote kans op hittestress. Mensen zullen hieraan overlijden. En anders vragen airconditioners een enorm energieverbruik.

Hoe dan ook, maatregelen die ons moeten beschermen tegen de klimaatverandering zullen verschrikkelijk veel geld gaan kosten.

Klimaatadaptie kan onze samenleving minder kosten als het ABP het roer omgooit. Het ABP mag dan al stappen zetten in duurzaam beleggen en maatschappelijk verantwoord beleggen, het zijn te kleine stapjes. De tactiek van intern, via aandeelhouderschap bedrijven willen veranderen, is onvoldoende effectief. ABP, het duurt te lang! ABP, werk niet langer mee aan de klimaatverandering. Doe dat Nederland niet aan.

En daarom is ook de oproep van al die waterschappers aan het ABP gerechtvaardigd: ABP werk ons waterschappers niet tegen, maar wordt zo snel mogelijk klimaatneutraal.

Ik dank jullie voor de aandacht.


20 juni 2021

25-6 demonstratie ABP Het duurt te lang! Pancratiusplein Heerlen 15.00 uur.


PERSBERICHT: aankondiging demonstratie vrijdag 25 juni 2021

Jongeren en pensioendeelnemers kondigen demonstratie aan bij ABP-kantoren: ‘Het duurt te lang’

Ambtenaren, leraren en jongeren gaan vrijdag 25 juni de straat op voor een fossielvrij ABP onder het motto “Het duurt te lang”.

Pancratiusplein, Heerlen, 15.00 - 16.30 uur.

12 ABP-deelnemersinitiatieven organiseren samen met jongeren een demonstratie voor een fossielvrij ABP. Onder de noemer “Het duurt te lang!” zullen zij ABP erop wijzen dat het na jaren van deelnemersprotest hoog tijd is om afstand te doen van hun investeringen in olie-, kolen- en gasbedrijven. Een breed scala aan initiatieven organiseert dit samen: van de Waterschappen voor een klimaatneutraal pensioen tot Teachers for Climate, van gemeente- en rijksambtenaren tot University Rebellion. Allen zullen zij op vrijdag 25 juni de straat op gaan. In zowel Heerlen als Amsterdam zullen zij bij de ABP-kantoren hun eis voor een fossielvrij ABP en voor klimaatrechtvaardigheid kracht bij zetten.

In Heerlen wordt deze actie verzorgt door de Klimaatcoalitie Parkstad. Voor de coalitie is dit al de derde actie bij het ABP. Lotte Keularts, lid van de Klimaatcoalitie Parkstad, zegt: “Deze actie sluit aan bij onze eisen voor Parkstad. Pensioengeld hoort niet thuis in aardolie, aardgas en steenkool, maar moet juist bijdrage aan een duurzame toekomst. Daarnaast staan wij voor een sociale en rechtvaardige transitie. Dit houdt in dat de werknemers in fossiele industrieën beschermd en ondersteund dienen te worden. Hier blijven wij als coalitie op hameren, omdat dit in onze regio waar dit bij het sluiten van de mijnen niet goed is gegaan”

Vanuit de jongeren is het initiatief Aandeelhouders voor de Toekomst opgezet door verschillende jongerenorganisaties die pleiten voor een fossielvrij ABP. Initiatiefnemer Nikki Trip zegt: “Het pensioengeld van het onderwijs, een sector die werkt aan onze toekomst, gaat naar bedrijven die ons een duurzame toekomst ontnemen. Dit kunnen wij niet laten gebeuren. Daarom gaan ook wij de straat op 25 juni.” Docent Nederlands Frank van Schaik sluit zich namens Teachers for Climate bij haar aan: “We leren onze leerlingen dat ze aan anderen en aan de toekomst moeten denken. Hoe leg ik hun uit dat mijn ABP-pensioengeld precies het tegenovergestelde doet?”

De oproep voor een fossielvrij ABP wordt gesteund door NGO’s als Urgenda, Milieudefensie, Greenpeace, de Eerlijke Pensioenwijzer, Oxfam Novib en Fair Finance International. Ook jongerenorganisaties als de Jonge Klimaatbeweging, Studenten voor Morgen, Fridays for Future en de LSVb sluiten zich aan.

17 maart 2019

20-3: waterschapsverkiezingen in Limburg


De waterschapsverkiezingen.

De verkiezingen voor de waterschappen (20-3-2019) zijn dit keer weer gelijk met die voor Provinciale Staten. Dat is tactisch goed gekozen, want het zal zeker de opkomst voor deze verkiezingen verhogen. Want als je toch al gaat stemmen, dan is het een kleine moeite om dat ook voor het waterschap te doen. Maar dan is het wel gewenst dat je er ‘iets’ vanaf weet. Het is de eerste keer dat kan worden gestemd voor het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg. Zoals u waarschijnlijk wel weet, is Waterschap Limburg op 1 januari 2017 ontstaan uit Waterschap Peel en Maasvallei (Noord-Limburg) en Waterschap Roer en Overmaas. Het aftredend Algemeen Bestuur is toe samengesteld door de stemmen van de vorige verkiezingen voor die twee waterschappen op te tellen.

Over het algemeen is de opkomst niet zo heel hoog bij de waterschapsverkiezingen. Maar vergis u niet, omdat deze verkiezingen over de hele provincie gaan, zijn er toch een paar duizend stemmen nodig om een zetel te behalen. Daardoor is de individuele democratische legitimiteit van de leden van het Algemeen Bestuur vaak een stuk hoger dan van gemeenteraadsleden, ook in grotere gemeenten.

In totaal zijn er 14 lijsten waarop kan worden gestemd. Maar het aantal partijen is beperkt tot 6: VVD, Waterbelang, AWP niet politie wel deskundig, Water Natuurlijk, Lokaal Limburg en 50PLUS. Waterbelang is verbonden aan het CDA. Opvallend is dat Waterbelang Limburg zichzelf heeft opgedeeld in 9 regio’s, ieder met een eigen lijst. Daarmee denken ze natuurlijk dichter bij de kiezer uit die regio te staan. In het verleden heeft Waterbelang ook zo veel stemmen gehaald. Zo is lijst 10 Waterbelang Parkstad.
Maar er zijn nu geen lijstverbindingen meer toegestaan. Dat houdt in dat er nu waarschijnlijk meer stemmen op Waterbelang verloren gaan dan voorheen. Wellicht dat ze zich dus met dat ‘dichter bij de kiezer willen staan’ in hun eigen voet schieten?

Water Natuurlijk is niet verbonden aan één partij, maar komt vooral voort uit leden van D66, PvdA en GroenLinks plus een aantal onafhankelijke kandidaten. Zo is de lijsttrekker Peter Freij; hij is in Venlo voor GroenLinks wethouder geweest. Een waterschap besturen is wat minder politiek zodat deze politieke partijen zich niet afzonderlijke moeten en willen profileren. Daarbij is krachtenbundeling ook electoraal beter. Als de drie partijen zelfstandig zouden meedoen, is het aantal zetels waarschijnlijk kleiner dan gezamenlijk (ook omdat ook dan stemmen verloren zouden gaan).

Wilt u meer weten over de verkiezingen van het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg, dan verwijs ik u naar de website van Waterschap Limburg: https://www.waterschaplimburg.nl/overons/bestuur/2019/  

23 december 2013

Opheffen van de waterschappen is nu zeker geen urgent politiek thema.




Op 20 december jl. zond de VPRO een aflevering uit over dijken en waterschappen in de serie ‘Nederland in 7 overstromingen’. Een mooie aflevering waarin de geschiedenis van de oudste waterschappen van Nederland (vanaf de 13de eeuw) in beeld werd gebracht. De vertaling van die oude waterschappen is echter niet zo heel representatief voor ons huidige Nederland. Met die ‘museumbeelden’ werd de indruk gegeven dat de waterschappen archaïsche instituten zijn en dus niet meer van deze tijd. Dat beeld klopt niet. Waterschappen zijn wel degelijk met de tijd meegegaan en zijn op hun werkterrein bijzonder innovatief bezig. Sterker nog, de organisatievorm van het waterbeheer geldt overal ter wereld als voorbeeld. Zo mag ik zelf met dit thema in februari naar Vietnam.
Echter, aan deze beelden werd ook de discussie over het opheffen van de waterschappen gekoppeld, een overigens regelmatig terugkerend thema.

Natuurlijk verdedigden de waterschappen zich bij monde van een sluiswachtster van Spaarnedam en de loco-dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Delfland, mevrouw Adri Bom – Lemstra. Ik ben een aantal jaren geleden in het ‘gemeenlandshuis’ van Delfland geweest, waar het bestuur nog zetelt in de authentieke omgeving van een enkele eeuwen oud statig pand met de rijkdom van de Gouden Eeuw. Dat heeft inderdaad een indrukwekkende statuur van de ‘staat binnen de staat’. Het straalt de autoriteit uit van een gezaghebbende organisatie die ervoor zorgt dat de leefbaarheid wordt gegarandeerd in het beheersgebied. En dat iedereen zich moet realiseren dat het werk van het Hoogheemraadschap Delfland de solide basis vormt van het functioneren van onze maatschappij.

Er was een professor (waarvan ik de naam vergeten ben, sorry) die vond dat de bestuurlijke organisatie van de waterschappen best kan worden overgeheveld naar een algemene democratie. Als het belangrijke werk maar wordt voortgezet en ook de financiering wordt gegarandeerd. Daarmee erkende hij het belangrijke argument van de waterschappen dat de noodzakelijke waterwerken in het belang van de veiligheid en volksgezondheid (zuivering afvalwater) ook blijvend moeten worden uitgevoerd. En dat deze niet ‘ten prooi’ mogen vallen aan een algemene belangenafweging en bijbehorende bezuinigingen, bijvoorbeeld ten gunste van zorg, welzijn, cultuur en noem maar op.

De ‘verdediging’ van de waterschappen tegen opheffing was naar mijn mening nogal oppervlakkig (al is dat in zo’n documentaire waarschijnlijk ook niet te vermijden). Een aantal argumenten wil ik hier toevoegen. 
Hoewel er in de uitzending op werd gezinspeeld, wil ik hierbij duidelijk stellen dat waterschappen de meest efficiënte overheden zijn. Dat hebben vergelijkingen met het functioneren van de andere overheden Rijk, provincie’s en gemeenten eenduidig aangetoond. Daarnaast valt er niet zoveel te besparen als men de bestuurlijke functies overbrengt naar de algemene democratie. De besturen van de 24 waterschappen kosten jaarlijks zo’n € 33 miljoen en dat op een totaalomzet van meer dan één miljard. Meer dan € 33 miljoen kan men dus niet besparen en ook de algemene democratische besturen kosten geld.

De belangrijkste besluiten over het waterbeheer zouden moeten worden genomen door een algemene democratische overheid. Waterschappen zijn weliswaar een democratisch orgaan, met slechts met één taak, waterbeheer, maar wel met grotendeels rechtstreeks gekozen leden van hun algemeen bestuur. Daarmee verschillen ze niet zo veel van gemeenten en provincies. De opkomst bij verkiezingen is wel behoorlijk lager, maar niet zoveel dramatisch lager dan bijvoorbeeld bij de provincies, die meer taken hebben, waarmee ze zich bij de burger / kiezer kunnen manifesteren.
Daarbij komt dat de algemene democratische overheden Rijk en provincies voor een belangrijk deel bepalen wat de waterschappen moeten doen. Voor de belangrijkste taken (waterkeringszorg en de zorg voor het regionale watersysteem, bestrijding wateroverlast en verbeteren van de waterkwaliteit) zijn deze overheden zogenaamd ‘kaderstellend’.

Daarbij  is een belangrijk maar ook principieel punt in overheidsland dat er verschil is tussen de overheid die het beleid bepaald en de instantie die de uitvoering ter hand neemt. Bijna in alle opzichten in Nederland wordt de uitvoering niet gedaan door de overheid die het beleid bepaald. Dat moet ook voor het waterbeheer zo blijven gelden. Om de ‘bestuurlijke drukte’ te verminderen bepaalt de Rijksoverheid of de provincie wat de waterschappen moeten doen. Diezelfde rijksoverheid en de provincie controleren ook of de waterschappen hun taak goed uitvoeren. Het is uitdrukkelijk om moeilijkheden vragen als de controle bij dezelfde instantie ligt als de uitvoering.

Frappant is dat wel in het betreffende programma wordt verwezen naar het Regeerakkoord, maar niet naar het Bestuursakkoord Water. Naar mijn mening is de waarde van dat Regeerakkoord maar beperkt. Het is door enkele mensen in recordtijd in elkaar geflanst en mist de noodzakelijke onderbouwing (op heel wat meer terreinen dan alleen waterbeheer). Dat gebrek aan onderbouwing is overigens kenmerkend voor wat meer ingrepen in de overheidsstructuur door de huidige minister Plasterk. Met grote haast en ondoordacht, (in bestuurlijke taal ‘het ontbreken van een visie’) wil hij provincies samenvoegen, waarvoor geen draagvlak bestaat. Ons bestuurlijk bestel is door Thorbecke dik anderhalve eeuw geleden in elkaar gezet en functioneert op hoofdlijnen best goed. Wijzigingen daarin zouden zorgvuldiger moeten plaatsvinden. Het is niet voor niets dat de functies en organisatie van de waterschappen  zijn gewaarborgd in onze Grondwet. 

Trouwens als de provincies worden samengevoegd tot vier ‘Landsdelen’, dan worden ze te groot en te log om ook het waterbeheer op stroomgebiedsniveau te gaan uitvoeren. En de gemeenten zijn te klein voor het regionale en meestal dus gemeentegrensoverschrijdende waterbeheer. Daarbij komt dat de meeste intergemeentelijke samenwerkingen via de gemeenschappelijke regelingen (denk aan Parkstad Limburg, maar ook aan de inmiddels weer bijna afgeschafte Wgr-plusregio’s) ook door velen niet als een onverdeeld succes worden gezien. De waterschappen hebben de laatste jaren een enorme opschaling doorgevoerd van oorspronkelijk meer dan duizend naar nu 24. En dat worden er met nog enkele fusies, zoals ook tussen de waterschappen Peel en Maasvallei  in Noord-Limburg en Roer en Overmaas, nog wat minder.

Het Bestuursakkoord Water heeft heel wat meer status dan het Regeerakkoord. Het bevat afspraken tussen alle betrokken overheden over de aanpak van en de bestuurlijke verantwoordelijkheden bij de belangrijkste wateropgaves. In deze afspraken wordt het bestaansrecht van de waterschappen uitdrukkelijk bevestigd.
Daarbij is overigens als een soort vlucht naar voren door de waterschappen aangeboden om de helft van de kosten voor de waterveiligheid / waterkeringen op zich te nemen. Dit is een forse bezuiniging voor het Rijk. Maar als het niet gepaard gaat met kostenbesparingen bij de waterschappen (en het is twijfelachtig of dit voor een substantieel deel zal lukken), dan is het voor de burger vooral ‘vestzak-broekzak’ omdat het dan grotendeels uit de waterschapsheffingen zal worden betaald.

Opheffen van de waterschappen? Het is een aardig thema voor een documentaire maar het is op dit moment toch ook alweer behoorlijk achterhaald door de bestuurlijke inzichten van dit moment. En de uitvoering van het waterbeheer is op zich best belangrijk en mag niet worden vertraagd of afgeleid door een bestuurlijke discussie over het afschaffen van de organisatie die dit ter hand moet nemen. We hebben in ons land urgentere problemen om aan te pakken.

07 december 2008

Waterschapsbestuur is voldoende democratisch gelegitimeerd?

Waterschapsbestuur is voldoende democratisch gelegitimeerd?

Nu de verkiezingen achter de rug zijn en de uitslag bekend is, zijn de kruitdampen nog niet helemaal opgetrokken. Een aantal aspecten van deze verkiezingen is nogal discutabel. Over de hoge kosten van deze verkiezingen en het hoge aantal foutieve en daarmee ongeldige stemmen (11 % van het aantal uitgebrachte stemmen), wil ik het nu niet hebben. Maar een eenvoudigere en meer transparante manier van stemmen zal zeker moeten worden ontwikkeld.
Ik wil nog wat kanttekeningen maken bij de opkomst. Ik neem daarbij het Waterschap Roer en Overmaas als uitgangspunt, maar de redenering is waarschijnlijk brede toepasbaar.
De opkomst bij WRO is 23,6 % (inclusief de ongeldige stemmen). Dat lijkt natuurlijk erg weinig maar het is ook geen reden om je uit democratisch oogpunt grote zorgen over te maken. Een aantal mensen zal mijn navolgende redenering misschien wat laconiek vinden, maar er zit zeker een kern van waarheid in. Ten eerste krijgt het waterschap met deze verkiezingen een democratisch gekozen bestuur en dat is de hoofddoelstelling van deze verkiezingen. Ook denk ik dat het waterschap hiermee een redelijk evenwichtig bestuur krijgt waarvan de verhoudingen in de buurt zullen zijn van de verhoudingen als dat er twee of drie keer zoveel mensen zouden gaan stemmen. Het mag tenminste worden beschouwd als een representatieve enquête?

En op zich komen er volksvertegenwoordigers te zitten met een fatsoenlijk kiezersmandaat. Daarvoor de volgende vergelijking: De opkomst in Zuid- en Midden-Limburg betekent 124.728 geldige stemmen (bijna 600.000 stemgerechtigden). Omdat er 16 zetels te verdelen zijn, betekent dat gemiddeld bijna 7.800 per zetel.
Vergelijk dat eens met de onbetwiste gemeenteraad van Heerlen (zo’n 90.000 inwoners)? Daarvoor is de kiesdeler in 2006 bij een opkomstpercentage van 53,6 % 1.068 stemmen per zetel. De waterschapsbestuurder heeft dus gemiddeld meer dan 7 maal zo veel stemmen gekregen.
Daarbij komt dat de raadsleden van Heerlen met zijn allen moeten beslissen over het gehele beleid van een stad met een begroting van bijna € 300 miljoen die bijna 3,5 keer groter is dan de € 85 miljoen die het waterschap jaarlijks verspijkert (inclusief het Zuid-Limburgse deel van het Waterschapsbedrijf Limburg). Waterschapsbestuurders hebben dus een veel forser mandaat voor een relatief beperkte bestuurstaak dan menig gemeenteraadslid.

Ik vind dat gezien de omvang van de taakstelling van het bestuur de democratische vertegenwoordiging en dus de democratische legitimatie van het bestuur bij het waterschap voldoende is geborgd. En verder hoop ik dat de burger / kiezer zich de komende jaren ook niet veel zorgen hoeft te maken over de taakuitoefening van het waterschap. Ik neem aan dat dit bij kwalitatief goede bestuurders in goede handen is. Want ook hier heeft de kiezer altijd gelijk?

1 december 2008

18 november 2008

Halverwege waterschapsverkiezingen

Halverwege verkiezingen waterschappen

Als deze Vanaf de Zijlijn wordt uitgegeven zijn we halverwege de verkiezingen voor de waterschappen. Ik denkt dat de waterschapsverkiezingen ook de enige verkiezingen zijn die zolang duren, dat je met gemak kan spreken van halverwege.
De meesten onder u zijn waarschijnlijk al zo bij de tijd dat u al gestemd heeft. Voor wie dat het geval is, alvast dankjewel voor het bijdragen aan het opkomstpercentage. Voor wie dat nog niet heeft gedaan van hieruit het vriendelijke verzoek alsnog te stemmen. Ligt uw envelop nog ongeopend klaar, hou dan als dat bij meer gezinsleden het geval is, wel de juiste envelop bij het betreffende verkiezingsbiljet. Het moet namelijk net wat moeilijker dan makkelijk, omdat men terecht het ondoordacht ronselen van stemmen probeert te verminderen. En zolang het oud papier nog niet is opgehaald, kunt u ook nog stemmen. (Tot en met zondag 23 november.)

Als WATERschapsambtenaar moet ik NATUURLIJK niet te overduidelijk mijn voorkeur uitspreken voor mijn toekomstige bestuurders. Ik zal het belang van WATER NATUURLIJK moeten behartigen ongeacht de politieke kleur van mijn bestuurders. Dat vergt vanzelfsprekend loyaliteit en onpartijdigheid ten opzichte van mijn bestuur. Wel hoop ik op bestuurders die het WATERschap NATUURLIJK voorop stellen in hun besluitvorming en pas op de tweede plaats eventuele deelbelangen. Ook moet daarbij voorop staan dat het waterschap alle deelaspecten (veiligheid bieden tegen overstromingen, bestrijding van wateroverlast, een adequate zuivering van afvalwater, een goede kwaliteit van het WATER en inrichting van NATUURLIJKe beken) op een evenwichtige wijze kan behartigen. En dat het waterschap zijn taken op een voldoende niveau kan uitoefenen en daar dan ook de financiële middelen voor ter beschikking heeft. Ik hoop dus dat u als kiezer goede bestuurders kiest.
En omdat ik erg veel kandidaten persoonlijk ken, zal ik dus in het openbaar geen voorkeur uitspreken.



Nog even iets over de opkomst. De verwachting is dat dit zo’n 25 % zal zijn. Dat lijkt natuurlijk erg weinig maar het is ook geen reden om je uit democratisch oogpunt grote zorgen over te maken. Een aantal mensen zal mijn navolgende redenering misschien wat laconiek vinden, maar er zit zeker een kern van waarheid in. Ten eerste krijgt het waterschap ermee een bestuur en dat is de hoofddoelstelling. Ook denk ik dat het waterschap hiermee een redelijk evenwichtig bestuur krijgt waarvan de verhoudingen in de buurt zullen zijn van de verhoudingen als dat er twee of drie keer zoveel mensen zouden gaan stemmen. Het mag tenminste worden beschouwd als een representatieve enquête?

En op zich komen er volksvertegenwoordigers te zitten met een fatsoenlijk kiezersmandaat. Daarvoor de volgende vergelijking (de bijbehorende getallen geven een ordegrootte aan): we mogen in Zuid- en Midden-Limburg bij ± 25 % opkomst ongeveer uitgaan van zo’n 160.000 kiezers (600.000 stemgerechtigden). Omdat er 16 zetels te verdelen zijn, betekent dat een kiesdeler van 10.000 per zetel. Vergelijk dat eens met de onbetwiste gemeenteraad van Heerlen? Daarvoor is de kiesdeler zo om en nabij de 1.000 stemmen per zetel. Daarbij komt dat de raadsleden van Heerlen met zijn allen moeten beslissen over het gehele beleid van een stad met een begroting die zo’n drie keer groter is dan de € 80 miljoen die het waterschap jaarlijks verspijkert. Waterschapsbestuurders hebben dus een veel forser mandaat voor een relatief beperkte bestuurstaak dan menig gemeenteraadslid.

Ik vind dat gezien de omvang van de taakstelling van het bestuur de democratische vertegenwoordiging bij het waterschap voldoende is geborgd. En verder hoop ik dat de burger / kiezer zich de komende jaren ook niet veel zorgen hoeft te maken over de taakuitoefening van het waterschap. Dat zal bij kwalitatief goede bestuurders in goede handen zijn. En dan heeft de kiezer ook altijd gelijk?

Harrie Winteraeken