Posts tonen met het label Waterschap Limburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Waterschap Limburg. Alle posts tonen

11 maart 2026

Omvormen akkerbouw in Zuid-Limburg: reactie LLTB

 

De LLTB heeft zich de moeite genomen om ook via een opiniebijdrage te reageren op mijn opiniestuk: 'Omvormen van akkerbouw is stuk effectiever in verminderen van de waterafvoer' in Dagblad De Limburger van 17-2-2026 (zie ook mijn blog). Hier is de opiniebijdrage van de Peter van Dijck van de LLTB 'Er bestaan geen simpele oplossingen voor het complexe watersysteem van Zuid-Limburg', die stond in de krant van 3-3-26.


Van mijn zijde geen (gekleurd) commentaar op deze reactie van de LLTB. Leg ze maar gewoon eens naast elkaar. Wel hoop ik dat deze discussie wordt omgezet in effectieve daden, want daar is Zuid-Limburg echt mee gebaat. 


27 februari 2026

Omvormen akkerbouw is stuk effectiever in verminderen waterafvoer.

 

Omvormen akkerbouw is stuk effectiever in verminderen waterafvoer.

Uitgebreidere tekst, die diende als basis voor het opinieartikel in Dagblad De Limburger van 17-2-2026 (zie hieronder).

Eind vorige maand berichtte Dagblad De Limburger over drie projecten die de risico’s op wateroverlast moeten verminderen: in Berg en Terblijt en de buurt De Heek, beide in de gemeente Valkenburg, en in het buitengebied van Bocholtz en Simpelveld. Belangrijk doel is dat regenwater tijdelijk wordt geborgen of vertraagd, zodat ‘het niet in een vloed richting dorpen zal stromen’. Men legt heggen en graften aan of slaat lange rijen houten palen in de grond. In het dal van Trintelen naar Eys zijn eerder afgelopen jaar ook lage dammen opgeworpen, die exact horizontaal liggen en waarachter water tijdelijk blijft staan. Maar die zijn aangelegd in al natuurlijk grasland. 

Op zich zijn het aardige maatregelen, maar het is maar hier en daar en ze zijn maar beperkt effectief in het werkelijk vasthouden van grote hoeveelheden water. Bij het palenproject bovenstrooms de Lindenstraat (Terblijt) wordt verwezen naar de al 20 jaar oude (veel kleinere) schotten die staan in het droogdal van de Karstraat nabij Ransdaal. Het klopt dat deze schotten het over de dalbodem afstromende water wat afremmen. Daardoor is in de loop van de tijd ook een paar decimeter slib afgezet. Echter, het afstromende water bereikt enkele meters stroomafwaarts van zo’n schot weer zijn oorspronkelijke maximale snelheid. En omdat het water een beetje minder slib meevoert, is de erosieve kracht zelfs wat groter. Het risico op stroombaanerosie neemt dus amper af. Het is daarom noodzakelijk dat op de stroombanen en dalbodems van droogdalen ook grasbanen worden aangelegd. Maar dat gebeurt amper omdat deze stroombanen vaak dwars door akkers lopen. Grasbanen zouden daar erg in de weg liggen.

Om de dorpen beter te beschermen tegen water- en modderoverlast, legt het Waterschap Limburg vaak (aanvullende) regenwaterbuffers aan. Regenwaterbuffers zijn effectief, maar ook duur. Ze bieden vanwege de klimaatverandering en de te verwachten zwaardere en langdurigere neerslag (zie 13-15 juli 2021) minder bescherming. En ze pakken het probleem niet bij de bron aan. 

Wat opvalt in alle drie de krantenberichten is dat niet wordt gesproken over echt effectieve maatregelen op de akkers die de oppervlakkige afstroming sterk verminderen. 

Met inmiddels al zo’n 15-20 jaar toepassen van niet-kerende grondbewerking en wintergraan of een bodembedekking in de winter (bijvoorbeeld gele mosterd) is al een goede stap gezet. Maar de klimaatverandering en de verdere intensivering van de akkerbouw dwingen tot vervolgstappen. Veel effect is te verwachten van een verder verbeteren van de bodemkwaliteit en de bodemstructuur. Als de bodem een goede structuur heeft, en dus meer poriën, dan zijgt het regenwater beter in de grond. Ook weerstaat het bodemoppervlak beter de kracht van de inslag van de regenwaterdruppels, waardoor het minder dichtslaat en er minder korstvorming ontstaat. Over een verslempt oppervlak stroomt het water gemakkelijk af en neemt het via spat-erosie veel bodemdeeltjes mee. 

De gangbare akkerbouw met veel aardappelen, bieten en maïs in het bouwplan, put de bodem als het ware uit. Het gebruik van zware machines en het ook berijden van de bodem als deze te nat is, veroorzaken verdichting en een slechte doorlatendheid.

Een goede bodemstructuur ontstaat door een goed ontwikkeld en gevarieerd bodemleven, met onder andere veel wormen. Maar dat bodemleven moet wel voldoende voedsel krijgen, ofwel plantenresten en stalmest met veel stro. Drijfmest en zeker kunstmest bevorderen het bodemleven onvoldoende. Het is dan ook een verkeerde stimulans dat akkerboeren betaald krijgen voor het gebruik van mest uit de intensieve veehouderij. Daar komt bij dat chemische bestrijdingsmiddelen slecht zijn voor het bodemleven en de biodiversiteit over het algemeen. Onderzoek van Meindert Commelin van de Universiteit van Wageningen (WUR) in 2024 heeft uitgewezen dat het van akkers afstromende water nog steeds sterk vervuild is en gevaarlijk voor de waterkwaliteit.

Regensimulatieproeven op een biologisch beteelde akker bewezen dat de infiltratie daar veel beter is. Bij een bui die statistisch een keer in de 25 jaar valt, zakte bijna alle ‘regen’ in de bodem weg en stroomde er dus bijna geen water af. Bij de gangbare akkerbouw zorgt zo’n 25-jaarsbui voor volle regenwaterbuffers! 

Zuid-Limburg heeft zo’n 16.000 hectare akkerland, bijna allemaal (flauw) hellend. Als hier duurzaam akkerbouw wordt bedreven, een regeneratieve of biologische akkerbouw, dan zal de bodemstructuur sterk verbeteren. Dat zal dan het risico op wateroverlast en overstroming fors verminderen. Tevens zou het stikstofprobleem in Zuid-Limburg verkleinen wat de natuur ten goede komt. En de biodiversiteit herstelt. Er is/komt Rijksgeld beschikbaar voor de transitie van de landbouw. Waterschap Limburg, Provincie Limburg en gemeenten moeten de akkerboeren daarbij gaan helpen. En ook wij, burgers kunnen dat door vooral producten te kopen die duurzaam geteeld zijn. Het maatschappelijk rendement zal groot zijn.

Harrie Winteraeken, 

Natuurkundig aardrijkskundige, gepensioneerd voorheen medewerker van Waterschap Limburg.





14 maart 2023

14-3: Nieuwe uitgave van mijn Berichten Vanaf de Zijlijn

Nieuwe verkiezingsuitgave van mijn Berichten Vanaf de Zijlijn

Het politiek-maatschappelijke denken en doen van te veel mensen vind ik onvoldoende positief ingesteld op het algemeen, maatschappelijke belang. De solidariteit met de zwakkeren in de samenleving is vaak erg selectief waardoor er groepen en individuen uit de boot vallen. Dat vooral richten op zichzelf zal zich waarschijnlijk aanstaande woensdag 15 maart ook uiten in het stemgedrag van velen. Massaal zal men stemmen op partijen die het eigenbelang vooropstellen of waarbij men ervanuit gaat dat die goed zijn voor het veiligstellen of zo veel mogelijk beschermen van de eigen maatschappelijke en persoonlijke positie. De belofte om de belastingen te verminderen of het belang van het bedrijfsleven zwaarder mee te wegen, zijn daar een goede voorbeelden van.

Wat de overheid doet, kost geld maar daar profiteren mensen en samenleving ook van. Vaak zijn de verwachtingen te hoog gespannen. Ook vragen problemen om specifiek maar complexe oplossingen, terwijl de reacties te algemeen zijn. Dan gaan er weer te veel mensen van profiteren die het niet nodig hebben of die men ‘t niet gunt. En er zijn ook momenten dat de overheid duidelijk faalt. Maar dat falen komt weer vaak voort uit te grote zuinigheid en vertragingen zodat problemen niet tijdig en voldoende zijn aangepakt en als het ware blijven ‘door-etteren’. 

De overheid doet het niet snel in ieders ogen goed. Op 15-3 zijn Provinciale Statenverkiezingen en Waterschapsverkiezingen. De provincies en waterschappen zijn overheden en die zijn ingesteld om vooral het maatschappelijke belang te dienen. De besturen hebben dan vooral ook die intentie. Ik heb daarvoor een algemeen stemadvies: stem op een partij die deze positieve instelling heeft ten opzichte van het openbaar bestuur en het algemeen maatschappelijk belang. En niet op een partij die dat uitgangspunt niet erkent en zich primair richt op het belang van deelgroepen.

In deze verkiezingsuitgave van mijn Berichten Vanaf de Zijlijn ben ik behoorlijk kritisch op nogal wat ontwikkelingen in de samenleving. Maar ik probeer altijd stelling te nemen vanuit een positieve maatschappelijke grondhouding en in solidariteit met zwakkeren en zaken die onvoldoende weerbaar zijn of zichzelf niet kunnen verdedigen. Noem het maar mijn invulling van ‘rebellie tegen uitsterven’.

Als u deze 53ste uitgave van mijn Berichten Vanaf de Zijlijn toegezonden wil krijgen dan kunt u op dit bericht reageren met uw e-mailadres. Alvast bedankt voor uw belangstelling.

Harrie Winteraeken


 

17 maart 2019

20-3: waterschapsverkiezingen in Limburg


De waterschapsverkiezingen.

De verkiezingen voor de waterschappen (20-3-2019) zijn dit keer weer gelijk met die voor Provinciale Staten. Dat is tactisch goed gekozen, want het zal zeker de opkomst voor deze verkiezingen verhogen. Want als je toch al gaat stemmen, dan is het een kleine moeite om dat ook voor het waterschap te doen. Maar dan is het wel gewenst dat je er ‘iets’ vanaf weet. Het is de eerste keer dat kan worden gestemd voor het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg. Zoals u waarschijnlijk wel weet, is Waterschap Limburg op 1 januari 2017 ontstaan uit Waterschap Peel en Maasvallei (Noord-Limburg) en Waterschap Roer en Overmaas. Het aftredend Algemeen Bestuur is toe samengesteld door de stemmen van de vorige verkiezingen voor die twee waterschappen op te tellen.

Over het algemeen is de opkomst niet zo heel hoog bij de waterschapsverkiezingen. Maar vergis u niet, omdat deze verkiezingen over de hele provincie gaan, zijn er toch een paar duizend stemmen nodig om een zetel te behalen. Daardoor is de individuele democratische legitimiteit van de leden van het Algemeen Bestuur vaak een stuk hoger dan van gemeenteraadsleden, ook in grotere gemeenten.

In totaal zijn er 14 lijsten waarop kan worden gestemd. Maar het aantal partijen is beperkt tot 6: VVD, Waterbelang, AWP niet politie wel deskundig, Water Natuurlijk, Lokaal Limburg en 50PLUS. Waterbelang is verbonden aan het CDA. Opvallend is dat Waterbelang Limburg zichzelf heeft opgedeeld in 9 regio’s, ieder met een eigen lijst. Daarmee denken ze natuurlijk dichter bij de kiezer uit die regio te staan. In het verleden heeft Waterbelang ook zo veel stemmen gehaald. Zo is lijst 10 Waterbelang Parkstad.
Maar er zijn nu geen lijstverbindingen meer toegestaan. Dat houdt in dat er nu waarschijnlijk meer stemmen op Waterbelang verloren gaan dan voorheen. Wellicht dat ze zich dus met dat ‘dichter bij de kiezer willen staan’ in hun eigen voet schieten?

Water Natuurlijk is niet verbonden aan één partij, maar komt vooral voort uit leden van D66, PvdA en GroenLinks plus een aantal onafhankelijke kandidaten. Zo is de lijsttrekker Peter Freij; hij is in Venlo voor GroenLinks wethouder geweest. Een waterschap besturen is wat minder politiek zodat deze politieke partijen zich niet afzonderlijke moeten en willen profileren. Daarbij is krachtenbundeling ook electoraal beter. Als de drie partijen zelfstandig zouden meedoen, is het aantal zetels waarschijnlijk kleiner dan gezamenlijk (ook omdat ook dan stemmen verloren zouden gaan).

Wilt u meer weten over de verkiezingen van het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg, dan verwijs ik u naar de website van Waterschap Limburg: https://www.waterschaplimburg.nl/overons/bestuur/2019/