Omvormen akkerbouw is stuk effectiever in verminderen waterafvoer.
Uitgebreidere tekst, die diende als basis voor het opinieartikel in Dagblad De Limburger van 17-2-2026 (zie hieronder).
Eind vorige maand berichtte Dagblad De Limburger over drie projecten die de risico’s op wateroverlast moeten verminderen: in Berg en Terblijt en de buurt De Heek, beide in de gemeente Valkenburg, en in het buitengebied van Bocholtz en Simpelveld. Belangrijk doel is dat regenwater tijdelijk wordt geborgen of vertraagd, zodat ‘het niet in een vloed richting dorpen zal stromen’. Men legt heggen en graften aan of slaat lange rijen houten palen in de grond. In het dal van Trintelen naar Eys zijn eerder afgelopen jaar ook lage dammen opgeworpen, die exact horizontaal liggen en waarachter water tijdelijk blijft staan. Maar die zijn aangelegd in al natuurlijk grasland.
Op zich zijn het aardige maatregelen, maar het is maar hier en daar en ze zijn maar beperkt effectief in het werkelijk vasthouden van grote hoeveelheden water. Bij het palenproject bovenstrooms de Lindenstraat (Terblijt) wordt verwezen naar de al 20 jaar oude (veel kleinere) schotten die staan in het droogdal van de Karstraat nabij Ransdaal. Het klopt dat deze schotten het over de dalbodem afstromende water wat afremmen. Daardoor is in de loop van de tijd ook een paar decimeter slib afgezet. Echter, het afstromende water bereikt enkele meters stroomafwaarts van zo’n schot weer zijn oorspronkelijke maximale snelheid. En omdat het water een beetje minder slib meevoert, is de erosieve kracht zelfs wat groter. Het risico op stroombaanerosie neemt dus amper af. Het is daarom noodzakelijk dat op de stroombanen en dalbodems van droogdalen ook grasbanen worden aangelegd. Maar dat gebeurt amper omdat deze stroombanen vaak dwars door akkers lopen. Grasbanen zouden daar erg in de weg liggen.
Om de dorpen beter te beschermen tegen water- en modderoverlast, legt het Waterschap Limburg vaak (aanvullende) regenwaterbuffers aan. Regenwaterbuffers zijn effectief, maar ook duur. Ze bieden vanwege de klimaatverandering en de te verwachten zwaardere en langdurigere neerslag (zie 13-15 juli 2021) minder bescherming. En ze pakken het probleem niet bij de bron aan.
Wat opvalt in alle drie de krantenberichten is dat niet wordt gesproken over echt effectieve maatregelen op de akkers die de oppervlakkige afstroming sterk verminderen.
Met inmiddels al zo’n 15-20 jaar toepassen van niet-kerende grondbewerking en wintergraan of een bodembedekking in de winter (bijvoorbeeld gele mosterd) is al een goede stap gezet. Maar de klimaatverandering en de verdere intensivering van de akkerbouw dwingen tot vervolgstappen. Veel effect is te verwachten van een verder verbeteren van de bodemkwaliteit en de bodemstructuur. Als de bodem een goede structuur heeft, en dus meer poriën, dan zijgt het regenwater beter in de grond. Ook weerstaat het bodemoppervlak beter de kracht van de inslag van de regenwaterdruppels, waardoor het minder dichtslaat en er minder korstvorming ontstaat. Over een verslempt oppervlak stroomt het water gemakkelijk af en neemt het via spat-erosie veel bodemdeeltjes mee.
De gangbare akkerbouw met veel aardappelen, bieten en maïs in het bouwplan, put de bodem als het ware uit. Het gebruik van zware machines en het ook berijden van de bodem als deze te nat is, veroorzaken verdichting en een slechte doorlatendheid.
Een goede bodemstructuur ontstaat door een goed ontwikkeld en gevarieerd bodemleven, met onder andere veel wormen. Maar dat bodemleven moet wel voldoende voedsel krijgen, ofwel plantenresten en stalmest met veel stro. Drijfmest en zeker kunstmest bevorderen het bodemleven onvoldoende. Het is dan ook een verkeerde stimulans dat akkerboeren betaald krijgen voor het gebruik van mest uit de intensieve veehouderij. Daar komt bij dat chemische bestrijdingsmiddelen slecht zijn voor het bodemleven en de biodiversiteit over het algemeen. Onderzoek van Meindert Commelin van de Universiteit van Wageningen (WUR) in 2024 heeft uitgewezen dat het van akkers afstromende water nog steeds sterk vervuild is en gevaarlijk voor de waterkwaliteit.
Regensimulatieproeven op een biologisch beteelde akker bewezen dat de infiltratie daar veel beter is. Bij een bui die statistisch een keer in de 25 jaar valt, zakte bijna alle ‘regen’ in de bodem weg en stroomde er dus bijna geen water af. Bij de gangbare akkerbouw zorgt zo’n 25-jaarsbui voor volle regenwaterbuffers!
Zuid-Limburg heeft zo’n 16.000 hectare akkerland, bijna allemaal (flauw) hellend. Als hier duurzaam akkerbouw wordt bedreven, een regeneratieve of biologische akkerbouw, dan zal de bodemstructuur sterk verbeteren. Dat zal dan het risico op wateroverlast en overstroming fors verminderen. Tevens zou het stikstofprobleem in Zuid-Limburg verkleinen wat de natuur ten goede komt. En de biodiversiteit herstelt. Er is/komt Rijksgeld beschikbaar voor de transitie van de landbouw. Waterschap Limburg, Provincie Limburg en gemeenten moeten de akkerboeren daarbij gaan helpen. En ook wij, burgers kunnen dat door vooral producten te kopen die duurzaam geteeld zijn. Het maatschappelijk rendement zal groot zijn.
Harrie Winteraeken,
Natuurkundig aardrijkskundige, gepensioneerd voorheen medewerker van Waterschap Limburg.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten