Bijmengen van groen gas heeft vervelende nadelen.
Vanaf 2027 is er een wettelijke verplichting voor het bijmengen van ‘groen gas’ bij het ‘aardgas’ dat de meeste energiemaatschappijen leveren. De huidige productie groen gas is ± 300 miljoen m³ per jaar. De bijmenging moet groeien naar ± 20% in 2031 ofwel naar ± 840 miljoen m³ groen gas. En dat betekent logischerwijze dat de productie van groen gas fors moet groeien. Groen gas heeft een groot voordeel boven fossiel gas omdat het deel uitmaakt van een korte CO2-cyclus: planten slaan via fotosynthese koolzuur uit de lucht op in organisch materiaal dat via een korte kringloop wordt omgezet in biogas. Bij het verbranden van dit groene gas komt de CO2 weer in de lucht. In tegenstelling tot fossiel gas komt er dus geen oude CO2 vrij en draagt het dus niet bij aan de totale hoeveelheid CO2 in onze atmosfeer en daarmee aan het broeikaseffect en de klimaatverandering.
Groen gas wordt gemaakt door vergisten van biomassa, waaronder landbouwafval, zoals mest en organisch afval maar ook met speciaal ervoor geteelde energiegewassen zoals maïs (de toenemende teelt van energiegewassen slaat overigens net zoals het telen van diervoedergewassen een deuk in het door de agrarische sector overdreven gecultiveerde imago van ‘voedselveiligheid’). Andere bronnen voor groen gas zijn groente-, fruit- en tuinafval en het groenafval dat vrijkomt bij het onderhoud van onze groene omgeving (bladeren, snoeiafval).
Aan de meeste biogrondstoffen voor groen gas kleven weinig bezwaren, maar dat geldt niet voor het gebruik van mest. Er is een groot mestoverschot. Men wil dan ook veel meer groen gas produceren door dierlijke mest, deels aangevuld met maïs, te vergisten. Het aantal mestvergistingsinstallaties zal dus de komende jaren nog fors groeien. En dat kan door de bijmenging van groen gas uit mest voor de veehouders financieel aantrekkelijk te maken. Zo wordt hun mestoverschot verkleind, maar niet door de hoeveelheid mest te verminderen op de wijze die het meest gewenst is, namelijk door de intensieve veehouderij fors te verkleinen.
Door de bijmenging van groen gas dreigt het gas voor huishoudens duurder te worden. Begin 2024 werd door toenmalig minister voor Klimaat en Energie, Rob Jetten, de prijsstijging geschat op 12 tot 17 cent per m³ in 2030. Dat zijn toch al gauw enkele tientallen euro’s per maand. Voor mensen die in een slecht geïsoleerd huis wonen en nu al te maken hebben met energiearmoede, worden de problemen dus nog groter.
En we gaan via de gasprijs ongewild meebetalen aan het oplossen van het afvalprobleem van de intensieve veehouderij. En dus ook aan de instandhouding van de intensieve veehouderij. Dat is gezien de controversiële gangbare intensieve veehouderij, met al zijn negatieve aspecten, toch moeilijk te verteren, zeker als je die vleesproducten niet meer wil kopen.
Door deze kosten deels af te wentelen op de samenleving, kan de vleesprijs laag blijven en dus marktvoordeel opleveren. 60% van de Nederlandse vleesproductie wordt geëxporteerd. En dan heeft de veehouder geen last van een ‘Beter Leven-keurmerk’ van de Dierenbescherming. Het afwentelen van een deel van de kosten of de negatieve effecten van de landbouw op de samenleving is een truc die de landbouw overigens vaker toepast (stikstofproblematiek, teruggang van de biodiversiteit).
Waar we maatschappelijk de keuze maakt hebben om de intensieve veehouderij te verkleinen, blijkt de goedbedoelde klimaatmaatregel van de bijmenging van groen gas daar dus gedeeltelijk strijdig mee te zijn. We hebben al eerder een dergelijke ‘vergroening’ gezien: de bijmenging van biobrandstoffen in fossiele brandstof zoals benzine (E10) of diesel (B7). Echter, ook dit had een fors nadeel: er was zoveel extra palmolie en bio-ethanol nodig, dat er veel tropisch regenwoud voor werd gekapt.
Dergelijke bijmengingen zijn dus eigenlijk voor een deel van de ‘regen in de drup’. De echte oplossing voor het verminderen van de CO2-uitstoot is het rigoureus verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen door energiebesparing. Niet alleen om de klimaatverandering tegen te gaan, maar ook om minder afhankelijk te zijn van een deel van de landen waar deze brandstoffen vandaan komen.
Oorspronkelijke tekst, aangeboden als opiniebijdrage aan Dagblad De Limburger.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten