17 augustus 2008

Wilders niet vervolgd voor ‘Fitna’ en uitlatingen kranten.

Wilders niet vervolgd voor ‘Fitna’ en uitlatingen kranten.

Amsterdam, 30 juni 2008 – persbericht Arrondissementsparket Amsterdam

Het Openbaar Ministerie (OM) is van oordeel dat uitlatingen van de heer Wilders in de Volkskrant en zijn film 'Fitna' niet strafbaar zijn. Hij zal daarom niet worden vervolgd. Dat uitlatingen kwetsend en grievend zijn voor een groot aantal moslims, betekent nog niet dat deze zonder meer strafbaar zijn. Een aantal uitlatingen is weliswaar beledigend over moslims, maar die uitlatingen zijn gedaan binnen de context van het maatschappelijk debat. Dat ontneemt aan de uitlatingen haar strafbaar karakter. Het OM heeft ook geoordeeld dat er geen sprake is van strafbaarheid wegens het aanzetten tot haat of discriminatie.

Wilders deed zijn uitspraken in de Volkskrant van 7 oktober 2006, in de Volkskrant van 8 augustus 2007, in dagblad ‘de Pers’ van 19 februari 2007 en in een column op internet. Over deze uitspraken heeft het OM ruim 40 aangiften ontvangen. Tegen de film ‘Fitna’, die op 27 maart 2008 is uitgezonden op internet, zijn in het hele land enige tientallen aangiften gedaan. Het OM heeft de beslissing over de uitlatingen en de film van Wilders mede gebaseerd op het advies van het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD).
Dit centrum is sinds 1998 ondergebracht bij het OM in Amsterdam. De beslissing van het OM heeft enige tijd op zich laten wachten. Dit komt doordat een groot aantal aangiften beoordeeld moest worden. Daarnaast is de afweging tussen de vrijheid van meningsuiting en de strafbaarheid van discriminatie complex. Het OM heeft zich georiënteerd op nationale en Europese regelgeving. Daarbij is ook extern advies ingewonnen.

Bij de beoordeling van de strafbaarheid op basis van de discriminatieartikelen let het OM op de woordelijke uitlating, de uitlating in haar context en de mate van grievendheid. Een uitlating is alleen strafbaar als deze objectief gezien discriminerend is. Uitlatingen zijn dus niet meteen strafbaar omdat ze door betrokkenen als kwetsend of grievend worden ervaren.

Indien een uitlating objectief beledigend of discriminerend is, behoeft die niet strafbaar te zijn als die wordt gedaan in het kader van een maatschappelijk debat. In een maatschappelijk debat kunnen uitspraken schokkend, scherp of grievend zijn, maar daarmee zijn ze nog niet strafbaar.
De heer Wilders is politicus en deed zijn uitlatingen in het kader van het politieke debat over de islam. Zoals het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft beslist, moet in het maatschappelijke debat veel ruimte zijn om stevige uitlatingen te doen. De vrijheid van meningsuiting vervult een essentiële rol bij het publieke debat in een democratische samenleving. Dat betekent dat in een politiek debat beledigende uitlatingen kunnen worden gedaan die kwetsend en schokkend zijn voor bepaalde groepen, zonder dat die uitlatingen strafbaar zijn. De uitspraken van Wilders zijn gedaan in het kader van een politiek debat. Die context ontneemt in dit geval de strafbaarheid aan de uitlatingen.

Ook een uitlating gedaan in het maatschappelijk debat mag echter niet onnodig grievend zijn, niet meer grievend dan door de inhoud van het debat gerechtvaardigd is. Dat is naar het oordeel van het Openbaar Ministerie, zowel ten aanzien van de film als de uitlatingen in de pers, niet het geval. Bovendien levert Wilders met de betreffende uitlatingen en de film kritiek op de islam. Kritiek op een godsdienst valt niet onder het discriminatieverbod, tenzij hierbij tevens beledigende conclusies worden getrokken over de aanhangers van die godsdienst. Dat is naar het oordeel van het OM noch bij de uitlatingen van Wilders noch bij de film Fitna het geval.

Het OM heeft ook beoordeeld of de uitlatingen en de film van Wilders aanzetten tot haat tegen moslims. Hiervan kan sprake zijn als met de uitlatingen op opruiende wijze een conflictueuze tweedeling wordt geschapen tussen moslims en de Nederlandse samenleving. Wellicht schetst Wilders een tweedeling tussen de godsdienst islam en de Nederlandse samenleving, maar niet zonder meer tussen moslims en de Nederlandse samenleving. Daarmee komt het OM tot het oordeel dat noch de uitlatingen van Wilders noch de film Fitna aanzetten tot haat tegen moslims.

De aangevers en de heer Wilders zijn inmiddels op de hoogte gesteld van de beslissing van het OM. Belanghebbenden die het niet eens zijn met deze beslissing kunnen een bezwaarschrift indienen bij het Gerechtshof te Amsterdam.

11 augustus 2008

Pancratiusplein nog meer autovrij

Pancratiusplein nog meer autovrij.

Vorig jaar juli schreef ik een stukje over het autovrij worden van het Pancratiusplein. Toen werd het Pancratiusplein “erf”. Auto’s en andere bestuurders mogen binnen een erf niet sneller rijden dan stapvoets. Nadeel van deze maatregel was dat deze niet aan tijd was gebonden.
Daar is inmiddels voor gemotoriseerd verkeer verandering in gekomen. Per 1 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen de Akerstraat tussen Putgraaf, het Pancratiusplein en de Pancratiusstraat tot de Gasthuisstraat op alle dagen van de week gesloten verklaard voor voertuigen, uitgezonderd van 7.30 – 12.00 uur. Deze afsluiting wordt fysiek ondersteund door een elektronische afsluiting (zeg maar beweegbare palen). Het laden en lossen van mensen en goederen wordt dus tot de ochtend beperkt.
En fietsers worden van deze maatregel uitgezonderd! Fietsen mag, maar wel voorzichtig, volgens de regels van het “erf”.

In het halfjaarlijks gesprek van de Fietsersbond met wethouder Jos Offermans werd deze maatregel al aangekondigd. Daarbij werd tevens opgemerkt dat men de verkeersregels in het winkelcentrum nog verder wil vereenvoudigen en gelijk maken. Maar dit is na de gratis bewaakte fietsenstalling toch weer een stap op de goede weg.

Harrie Winteraeken

Politici moeten relativeren

Politici moeten relativeren

Het komt vaker voor de politici van de Partij voor de Vrijheid mij provoceren. Nu dus ook. Tweede kamerlid Fleur Agema, een van de slippendragers van Geert Wilders, en wellicht ook door hem ingefluisterd, stelde: “Relativeren is afstompen”. De PVV heeft niets met relativeren en nuanceren. Ze willen niet relativeren. Dat is hun handelsmerk. En ze weten dat ze alleen met ongenuanceerde uitspraken de publiciteit blijven halen.

Maar relativeren en nuanceren zijn essentiële waarden in de politiek. Je moet alles beoordelen in zijn juiste proporties of verhoudingen. Erover nadenken. Nadenken over de zaken die je niet ziet, in plaats van ondoordacht te benoemen wat je wel oppervlakkig waarneemt. Daarbij hoort ook het afwegen in bijvoorbeeld percentages hoeveel delen voldoen aan je stelling en hoeveel niet. Er dient een altijd een vergelijking plaats te vinden. Problemen en oplossingen bekijken in relatie tot andere problemen en oplossingen. En stel je voortdurend de vraag: “Klopt mijn standpunt feitelijk?”

PVV-ers roepen dus willens en wetens maar wat. Ze weigeren na te denken en wegen niet af. En daarbij schuiven ze ook iedere verantwoordelijkheid voor de eigen opmerkingen van zich af. En de kiezers van de PVV, die zijn daar blijkbaar tevreden mee. Slim, hè?

HWi

19 juli 2008

Buitenring is verworden tot prestigeproject

Buitenring is verworden tot prestigeproject

Gedeputeerde Staten van Limburg maken in hun Bestuurlijk Standpunt over de Buitenring een bijzonder discutabele keuze. Inmiddels is de discussie in Kerkrade hierover vol opgelaaid. Brunssum zal waarschijnlijk nog het langste proberen vast te houden aan het voorstel. Zij krijgen de meeste km weg voor het minste geld. G.S. zijn namelijk voorstander van een autoweg met twee keer twee rijstroken ten noorden van Brunssum. Deze keuze is louter op basis van een economische ontwikkelingsvisie en veronachtzaamt daarmee een reeks van belangen en te beschermen en zelfs te bevorderen waarden. De bestuurlijke keuze is contrair aan de Meest Milieuvriendelijke Alternatieven voor zowel Natuur & omgeving als Woon- & leefomgeving. G.S. hebben weliswaar wel onderzoek gedaan naar de diverse effecten van de Buitenring, maar de resultaten daarvan zijn gewoon ter zijde geschoven. Daarom mag ook worden verwacht dat de Commissie voor de MER deze keuze zwaar zal bekritiseren en G.S. zal dwingen om alternatieve keuzes te maken in plaats van het nu voorliggende plan.

Uit het gehele proces tot nu toe kan worden geconcludeerd dat G.S. zeer vasthoudend is en zijn standpunt amper laat beïnvloeden door de inspraak en overige signalen van buitenaf. Sterker nog, als er goede verkeerskundige argumenten worden aangedragen die het plan ontkrachten, dan zoeken G.S. weer andere voor henzelf doorslaggevende argumenten, bijvoorbeeld in de ontsluiting van de natuur of de volkomen ongewisse ontwikkeling van economische activiteiten in het oosten van Parkstad Limburg. Hiermee dreigt de aanleg van de buitenring te verworden tot een prestigeproject dat niet gebaseerd is op argumenten van optimaal nut en noodzaak. Daarom zouden G.S. ook de plannen drastisch moeten aan te passen en ze daarmee meer in overeenstemming te brengen met het oplossen van verkeerskundige knelpunten en het daadwerkelijk verbeteren van het leefklimaat in onze regio.

Van G.S. wordt een ingrijpende koerswijziging en ook meer creativiteit en bestuurlijke visie gevraagd. G.S. dienen, zoals men zich ook in het bedrijfsleven al meer en meer realiseert, People & Planet voorop te stellen, en Profit daaraan ondersteunend te maken. Niet langer dient het beleid te worden gestoeld op het faciliteren van meer (vracht)automobiliteit en meer economische activiteiten die dat genereren. Het beleid moet een duurzaam antwoord zijn op de algemene ontwikkelingen die Parkstad Limburg kent. Het is een illusie te veronderstellen dat de Buitenring bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen kan keren of zelfs significant kan beïnvloeden. Ruimtelijke ordening en nog te nemen verkeerskundige maatregelen dienen volgens mij aan te sluiten op deze algemene maatschappelijke ontwikkelingen en er niet tegengesteld aan te zijn.

Nu richten G.S. zich vooral op een ruimtelijke en/of economische ontwikkeling in de oostflank van Parkstad Limburg. Veel plannen zijn echter nog onzeker. Een voorbeeld van een dergelijke ontwikkeling op de verkeerde plek is de Euregio bazaar op de Bouwberg. Het is uit oogpunt van ruimtelijke ordening en mobiliteit beter om dergelijke ontwikkelingen te laten plaatsvinden bij de huidige hoofdwegenstructuur (A76, Antwerpse- en Keulseweg) en de openbaar vervoerknooppunten. Dit houdt wel een meer sturende ruimtelijke ordening in en geen bijzondere voorkeurspositie voor de gemeente Brunssum.

G.S. kiezen voor een ramkoers door bij voorbaat te kiezen voor een brede weg met twee keer twee rijstroken met grote bochtstralen en kruisingen die enorm veel ruimte kosten (om de mensen volgens Dirk Sijmons het “ringgevoel” te geven op een Parkway te rijden). Grote oppervlakten waardevol landschap worden door de weg zelf vernietigd en de doorsnijding van het landschap is eveneens een enorme aantasting. Het open landschap is voor recreatie en toerisme het grootste basiskapitaal dat Zuid-Limburg bezit. Deze Buitenring, die mede bedoeld is om recreatie en toerisme te bevorderen, vreet voor een deel zijn eigen bestaansgrond op. De studie Omgevingsvisie Buitenring Parkstad Limburg van de heer Dirk Sijmons moet ik karakteriseren als een oppervlakkige poging tot letterlijk mooi praten van de Buitenring die de werkelijkheid tracht te verbloemen.

Niet alleen de demografische ontwikkelingen zullen het mobiliteitspatroon van Parkstad Limburg veranderen. Ook zijn veranderingen nodig vanwege duurzaamheid en leefmilieu. Er dient daarom een geleidelijke verschuiving plaats te vinden van automobiliteit naar openbaar vervoer en langzaam verkeer. De hiervoor nodige voorzieningen kunnen nog sterk worden verbeterd en hiervoor zijn nog aanzienlijke investeringen door de verschillende overheden nodig. In dit perspectief bezien is de Buitenring een verkeerde keuze omdat deze automobiliteit zal bevorderen en veel schaarse overheidsmiddelen zal opslokken.

Er wordt absoluut onvoldoende inzicht gegeven of de Buitenring wel voldoende oplossing biedt aan de geschetste verkeerskundige problemen van Parkstad Limburg en in het bijzonder voldoende invloed heeft op de verkeersstromen nabij de knelpunten waar capaciteitsgebrek optreedt. Naar mijn mening dient de Buitenring op de eerste plaats hier een antwoord op te bieden. Nu zijn secundaire belangen doorslaggevend. Daarbij wordt het toekomstig verkeersaanbod sterk overschat. Een wegvariant met twee rijstroken had volwaardig moeten zijn uitgewerkt.
Vooral ter ontlasting van de Emmaweg, het noordelijke deel van de Randweg, de Patersweg en de Trichterweg is een nieuwe weg met 2x1-rijstrook nodig. Deze volgt zo lang mogelijk het bestaande tracé van de Randweg en buigt pas af noord van de Algemene begraafplaats. Deze weg eindigt bij de streekweg N276 (Doenrade – Brunssum). Voor het tracé Randweg vanaf de Naanhof tot de Pastoorskuilenweg kan de buitenring de bestaande weg volgen, maar wel met een effectieve geluidwerende voorziening voor de bebouwing van Mariagewanden.

Het lijkt overtuigend als bestuurders keer op keer herhalen: “De Buitenring komt er hoe dan ook”. Maar om wethouder Richard de Boer van Brunssum tegen te spreken: “Die buitenring zoals die nu is voorgesteld, die komt er nooit”.

Harrie Winteraeken

15 juli 2008

Fietsers ondervinden alleen maar nadelen van Buitenring

Iedere fietser krijgt in meer of mindere mate te maken met negatieve gevolgen Buitenring

Zienswijze/reactie Fietsersbond op Tracénota/MER Buitenring c.a.


De Fietsersbond afdeling Parkstad – Limburg heeft met een zienswijze weer zijn mening kenbaar gemaakt over het voornemen tot aanleg van de Buitenring.

Opmerkingen rechtstreeks het fietsverkeer betreffend:

“Probleemstelling 3” is dat er “in de huidige situatie sprake is van onveilige situaties, barrièrevorming en doorstromingsproblemen voor het langzaam verkeer”. Volgens de Fietsersbond bieden de plannen voor de Buitenring hier nauwelijks een oplossing voor. De Buitenring heeft vooral negatieve gevolgen voor de fietsers in Parkstad Limburg.
De Fietsersbond vindt dat de effecten de Buitenring voor het netwerk van fietsroutes en –verbindingen onvoldoende zijn beschreven. De Commissie voor de Milieueffectrapportage zou het MER op dit punt moeten afkeuren.

De Fietsersbond vreest dat de Buitenring op tientallen plaatsen een barrière gaat vormen omdat door fietsers gebruikte wegen worden doorgeknipt en er gaten vallen in het routenet fiets. Vanwege de dwarsliggende Buitenring worden wegen omgeleid waardoor routes en verbindingen langer worden. Kruisingen met aansluitingen op de Buitenring zullen waarschijnlijk onveilige plekken worden en een belemmering vormen voor het doorgaande fietsverkeer omdat bij rotondes zeer waarschijnlijk de fietser geen voorrang krijgt en bij verkeerslichten het langzaam verkeer wordt achtergesteld.
De Fietsersbond is van mening dat overal waar de Buitenring fietsverbindingen kruist, deze fietsroutes intact dienen te blijven. Om reden van veiligheid en comfort dient conflicterend weggebruik tussen fietsers en snelverkeer te worden voorkomen. Daarom dienen alle kruisingen ongelijkvloers te worden uitgevoerd met vrijliggende fietspaden.

Of de Buitenring door vermindering van de verkeersdruk elders in Parkstad Limburg positieve effecten heeft op de verkeersveiligheid voor fietsers, is onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Het is dus ook zeer de vraag of dit mogelijke voordeel opweegt tegen de overige nadelen, ook op het gebied van verkeersveiligheid.

Er is geen enkele toegevoegde waarde te herkennen voor de fietsers, bijvoorbeeld in de vorm van parallel lopende langzaam verkeerswegen of extra fietsverbindingen. Het (toenemende) regionale fietsverkeer heeft ook behoefte aan doorgaande verbindingen, waarop veilig en met weinig oponthoud kan worden gefietst. De Fietsersbond denkt hierbij onder andere aan de sportieve woon-werk fietser, aan de recreatieve fietser die wat meer kilometers wil afleggen, deels met een wat hogere gemiddelde snelheid en ook aan een goede bereikbaarheid van bijvoorbeeld toeristisch – recreatieve voorzieningen voor de fietser.

De Fietsersbond acht het niet van deze tijd dat er zo weinig aandacht wordt besteed aan het fietsverkeer en verzoekt Gedeputeerde Staten van Limburg dan ook dringend om hiervoor een aanvullende nota “fietsroute effectrapport” op te stellen, zonder welke de Tracénota/MER c.a. niet mag worden goedgekeurd. Daarbij dienen de plannen ook te worden getoetst aan het routenet voor fietsers in Parkstad Limburg.

Algemene opmerkingen over de Buitenring

Naast de rechtstreeks aan het fietsverkeer gerelateerde opmerkingen, gaat de zienswijze van de Fietsersbond ook in op een aantal algemene aspecten, bezien vanuit het oogpunt van de fietser.
Over het algemeen gesproken is de Fietsersbond geen voorstander van de aanleg van grote delen van de Buitenring. De verkeerskundige noodzaak van de weg is onvoldoende aangetoond.
De Fietsersbond stelt dat voor het oplossen van verkeersproblemen het meer voor de hand ligt om de automobiliteit te verminderen ten gunste van het openbaar vervoer en het langzaam verkeer.
Het beter ontsluiten van de natuurgebieden in oosten van Parkstad Limburg zou alleen gericht moeten zijn op de regionale bevolking, waarbij de fiets het meest voor de hand liggend vervoermiddel is.
De Buitenring zal een enorme inbreuk op natuur en landschap maken. Door versnippering en de overheersende aanwezigheid van de weg worden fietsrecreatiegebieden bedorven. De Fietsersbond wil opkomen voor dit landschap als dé plaats voor recreatie per fiets en te voet.

Voor wie de gehele zienswijze wenst te ontvangen, die meldt zich bij hwinteraeken@hotmail.com.

24 mei 2008

Kenia reis

Dag Allemaal,

hier een laatste bericht voordat ik naar Kenia ga. Wellicht probeer ik daar nog eens een bericht toe te voegen. Zo nu en dan kom ik waarschijnlijk in de buurt van het internet, maar weinig is zeker deze reis.

Tot berichtens en/of tot ziens,

Harrie

01 mei 2008

Heerlen heeft (eerste) gratis overdekte en bewaakte fietsenstalling

Heerlen heeft (eerste) gratis overdekte en bewaakte fietsenstalling

Op koninginnedag heeft wethouder Jos Offermans van de gemeente Heerlen de eerste gratis bewaakte fietsenstalling geopend. De fietsenstalling is in een voormalig winkelpand Akerstraat 20. Er is plaats voor 240 fietsen. Het is ook een opbergservice voor bijvoorbeeld helmen, tassen en regenkleding. En er staat een bankje om even bij te komen na een dagje winkelen in het centrum (of na de fietstocht naar het centrum toe). Wellicht komt in een later stadium nog een reparatiewerkplaats.
De fietsenstalling is open maandag tot zaterdag 7.00 – 23.00 uur en op koopzondagen van 12.00 – 18.00 uur.
We hebben er als Fietsersbond maar ook als burgers van Heerlen / Parkstad-Limburg natuurlijk erg lang op moeten wachten. En zijn de meeste steden in Nederland Heerlen al ruim voorgegaan. Maar als door veelvuldig gebruik deze stalling de behoefte duidelijk bewijst, dan kan het nog reden zijn voor een volgende?